Over Mart Roumen

Soms zijn er mensen die opvallen omdat ze al heel snel opvallen, omdat ze onderscheidend zijn. Roumen is er zo een. Een opsomming. Op zijn 18e presenteerde hij zijn eerste debat, op zijn 19de werd hij lid van een politieke partij, op zijn 21ste sprak hij het Europees parlement toe, op zijn 23ste werd hij hoofdredacteur van een politiek magazine (DEMO) en op zijn 24ste werd hij een van de jongste afdelingsvoorzitters in de geschiedenis van D66.

mart-presentatie

Roumen heeft een grote voorkeur voor maatschappelijke ontwikkelingen. Hij probeert altijd antwoorden op dringende ‘waarom-vragen’ te krijgen in de context waar hij werkt. Waarom hebben ‘rotjochies’ een ongelooflijk groot respect voor topvoetballers of rappers? Hoe zouden we die impact beter in kunnen zetten? Wat moeten we met de stroom vluchtelingen uit Syrië en omringende landen? Waarom weigert een homokroeg hetero’s binnen te laten? Hoe verhouden politici en burgers zich ten opzichte van elkaar? Wat is de impact van topsportevenementen voor de maatschappij in Noord-Holland?

De rol waarin hij antwoorden zoekt, verschilt nogal. Als sportcoördinator, als journalist, als activist, als hoofdredacteur, als D66’er, als voorzitter, als organisator, als ambassadeur, of als persoon, eigenlijk is de rol ondergeschikt.

De stem van Roumen is een bekend fenomeen aan het worden in de omgeving van Amsterdam. Bij symposia over zorg, onderwijs of homoseksualiteit, politieke debatten, maar vooral bij sportevenementen klonk de licht schorre, maar immer optimistische stem van Roumen door de microfoon. Inmiddels zijn er zes generaties kinderen in Amsterdam-Zuid opgegroeid die sport onverminderd associëren met het stemgeluid van Roumen. Zoals zijn naamgenoot dat op nationale televisie decennialang heeft gedaan.

‘Angst om de kop boven het maaiveld uit te steken is er niet’

Door zijn optimistische levenshouding en schrijfstijl klikte het ook al snel bij Helden Magazine, waar hij artikelen schrijft over de Nederlandse topsporthelden en reportages maakt met topsporters. Ook Amsterdam Cares, een organisatie die commerciële bedrijven uitdaagt om iets terug te doen voor de maatschappij kon al snel een ambassadeur vinden in Roumen waar hij content voor schrijft en maakt. Datzelfde doet hij ook vier dagen in de week bij Ziggo, als sportredacteur. In Zeeland beklimt hij de roze barricades om bestuurders uit te dagen actief werk te maken van homo-acceptatie, maar er lonkt meer, voor Roumen is de horizon namelijk nooit bereikt. Voor nieuwe kansen staat hij altijd open. Sport. Politiek. Journalistiek. Enthousiast. En betrokken.

Angst om de kop boven het maaiveld uit te steken is er niet.

Foto bij interview voor dagblad Metro (okt '12)

Foto bij interview voor dagblad Metro (okt ’12)

Huidige projecten: 

  • Sportjournalist bij Helden Magazine
  • Voorzitter D66 Diemen 
  • Hoofdredacteur DEMO (magazine van de jongerenorganisatie van de D66)
  • Freelance presentator
  • Ambassadeur Nederland Cares
  • Ambassadeur HLBT-jongeren Zeeland bij Anti-Discriminatie Bureau Zeeland
  • Lid landelijk sportplatform D66
  • Cultuur recensent ‘Mens & Gevoelens’

Afgesloten projecten:

Losse projecten:

Wat anderen zeggen over Roumen:

Huub ter Haar, communicatiestrateeg, collega in de Alliantie Gelijkspelen
Mart is een energizer, optimizer en een organizer. Als je wilt dat er iets gebeurt, moet je hem uitnodigen. Met speels gemak en ambitie zorgt hij voor nieuwe energie en mogelijkheden. Met taalvaardigheid en charme smeedt hij plannen en realiseert ze.

Sybille Puttman, directeur Talent in Opleiding
Mart ziet altijd en overal kansen! In ondernemen heeft hij zijn talent gevonden, want na het afwegen van welke ideeën kansrijk zijn, gaat hij recht op zijn doel af om die ideeën te realiseren. Zo hebben wij Mart binnen Talent In Opleiding leren kennen. Met deze instelling gaat het hem zeker lukken om organisaties en mensen in beweging te brengen.

Edwin Lokkerbol, coördinator van de Alliantie Gelijkspelen
Met veel enthousiasme en vol met ideeën trekt Mart er altijd op uit om nieuwe wegen te zoeken die kunnen leiden tot onverwachte samenwerkingen of tot publiciteit. En dat doet hij authentiek en met overgave. Met iedere gesprekspartner wil hij oprecht op zoek naar gemeenschappelijke winst! En dat heeft de Alliantie Gelijkspelen nodig gehad.

Brenda Zonneveld, projectleider bij Talent in Opleiding
Mart, een jongen die zeer pro-actief werkt, in oplossingen en uitdagingen denkt ipv beperkingen, makkelijk contact leggend ongeacht functie, veel energie bij zich draagt en uitstraalt en kan overbrengen.

Danny Kroon, collega in medezeggenschapsraad
Mart Roumen. Energiek, Enthousiast, Creatief en Oplossingsgericht. Communicatie is zijn ding. Hij beschikt over een groot netwerk en beschikt over het vermogen om dit te uitstekend te kunnen onderhouden. Een realist als Mart is een ware toevoeging in elke groep of bedrijf!

Martijn Mol, voorzitter medezeggenschapsraad 
Eind 2010 ben ik, binnen de Opleidingscommissie van de opleiding Sport, Management en Ondernemen, in contact gekomen met Mart als leidinggevende. Mart heeft oog voor het groepsgevoel en brengt mensen op een positieve manier in contact met elkaar. Hij werkt hard en levert kwalitatief goed werk af. Op deze manier tilt hij zijn team naar een hoger niveau.

Mart is een zeer ondernemend persoon die nieuwe kansen met beide handen aan zal pakken. Hij legt zeer gemakkelijk nieuwe contacten en bouwt in zeer hoog tempo aan zijn netwerk.

Kom in contact met Mart Roumen

Autobiografische stukjes:

Mijn vader opzoeken is eigenlijk altijd een kleine vakantie

Nu ik hier langzaam wakker word in een zonovergoten omgeving, met een vers croissantje, zal ik jullie eens een verhaal vertellen.

Omstreeks 2001 scheidde mijn vader van mijn moeder. Eén ding was duidelijk: hij moest en wilde op zoek naar een nieuwe woonplaats. Na peperdure weekjes op een vakantiepark besloot hij een lapje grond te kopen op zo’n twee kilometer van mijn moeder. Midden op een weiland.

Er was echter één probleem: er stond geen huis op. Het enige wat er wel stond was een vochtig, niet geïsoleerd, klein schuurtje, met koude tegels op de vloer en verder herinner ik me dat het schots en scheef stond. Al maakte de zolder alles goed, waar Geert Roumen en ik onze modelspoorbaan mochten optuigen. De ruimte was alleen zo vochtig dat na 1,5 jaar alles roestig was en er eigenlijk vrijwel niets meer soepel reed, maar afijn.

Mijn vader Jacques Roumen installeerde er provisorisch wat water voor een douche, een klein elektriciteitsnetwerkje en een soort van verwarminkje.

Het was niet echt een leefbare situatie, al dacht mijn vader daar anders over. De gemeente twijfelde of het wel echt een woonplaats was voor permanent verblijf, dus kwamen ze langs met een checklist om te controleren of het aan de eisen voldeed. Een spannende periode, want als het goedgekeurd zou worden, mocht mijn vader in principe ook een eigen huis bouwen op diezelfde grond. Maar als het afgekeurd zou worden, had mijn vader eigenlijk geen toestemming om er formeel definitief te vestigen.

Na wat spannende nachtjes en veel dubbele checks, kwam de gemeente – ook tot hun eigen verbazing – tot de conclusie dat het toch echt een woonhuis betrof. Het scheelde slechts een halve M3, meen ik me te herinneren.

Tja, en toen ging mijn vader los. In no time bedacht hij zijn eigen droomhuisje, van hout en niet aangesloten op het energienetwerk. Hij wilde zijn eigen ecosysteempje hebben, met windmolen en zonnepanelen. Met veel lol tekenden we en droomden we over het huisje dat aanstaande was.

Zomer 2005 was het ook daadwerkelijk zover. Met cassis, suikerwafels en ongelooflijk veel arbeidsuren timmerden Jacques, Geert, Thijs, Ramon CaljouwNeels Neels, Roel de Kok en anderen in een hele zomer het huis. Eigenwijs als we waren sloegen we regelmatig adviezen van aannemers en ‘senior advisors’ in de wind: wij wisten het toch wel beter.

Dat najaar was het eigenlijk al vrijwel helemaal af en stond vrijwel alles op zijn plek. Jacques ging er wonen, waardoor het daadwerkelijk afbouwen van het huis er eigenlijk ook nooit van kwam.

Een jaar later waren we op vakantie in Frankrijk, toen de brandweer ons belde. Er was goed nieuws: het naastgelegen huisje (krotje) was dapper door de Zeeuwse brandweer gered, maar van het houten huisje was niets meer over. Dat was afgefikt.

“Gelukkig heb ik jullie nog”, waren de eerste woorden van mijn vader toen hij op de locatie van de brand kwam. Zijn kindje: zijn eigen, houten, zelfgebouwde huisje was niet meer, inclusief alle foto’s en objecten uit het verleden.

Roumens zitten niet stil, dus toen alles was opgeruimd zijn we eigenlijk direct weer gaan bouwen. In no-time zetten we een tweede (en beter) exemplaar in elkaar. Alle kinderziektes konden we herstellen, en aangevuurd door Jack Poels & Jan Giessen, met natuurlijk cassis, suikerwafels en langzaam ook eerste biertjes, hebben we de opdracht wederom vervuld.

Er staat wederom een zelfvoorzienend huisje, niet aangesloten op het energienetwerk en volledig draaiend op natuurlijke duurzame bronnen.

Inmiddels is het huisje nog steeds niet af, maar wel een prachtige locatie om verhalen met jullie te delen, met een croissantje en verse koffie. Een prima uitvalsbasis om de Randstad, Eindhoven of Berlijn voor even te verlaten. Om de stress te ontlopen, om uit te blazen of gewoon voor de lol. Mijn vader opzoeken is eigenlijk altijd een kleine vakantie!

Jaloers? Kom gewoon een keer langs!

Kusjes!

Hardlopende bestuursvergadering

Oktober 2014 ben ik samen met Roderick van Beem en Frans Deckers verkozen in het bestuur van D66 Diemen.

Vanaf de eerste vergadering was één ding heel erg duidelijk: we gaan het anders doen. We begonnen iedere maandag, vlak na het werk, hard te lopen, waarbij we tijdens het lopen ook de agenda doornamen.

Het klinkt belachelijk maar het heeft vier héle grote voordelen:
1: Je hebt meer ideeën, bent creatiever als je loopt
2: Doordat je snel doorgaat met veel zaken (of hardlopen) blijven alleen de meest urgente zaken hangen
3: Door het hardlopen krijg je een energieboost om diezelfde avond nog actie te ondernemen.
4: Je hebt een vast moment om aan je conditie / gezondheid te werken. Bovendien lever je drie bier in, die anders tijdens de vergadering opgedronken zouden zijn.

Tot nu toe is het erg succesvol en hebben we écht een toffe bestuursperiode. Maar we wilden met het hardlopen ook wel ergens naartoe werken…

Vanmiddag hebben we onze kunsten tentoon gesteld tijdens de Diemercross. Met een 9-koppige delegatie, met ondersteuning vanuit raad, afdeling, provincie, bestuur, hebben we deelgenomen aan het lokale evenement in het prachtige Diemerbos.

We zetten onszelf niet alleen op de kaart als ‘hands on’ en daadkrachtige afdeling, maar laten ook zien dat sport bij ons (letterlijk) hoog op de agenda staat. En ach. Dat we niet allemaal de tocht hebben uitgelopen, is slechts bijzaak. Iets met winnen, meedoen en leuker. Toch?

Waarom schrijf ik dit? Ik wil jullie meegeven dat het zittend vergaderen voor de netwerkgeneratie niet meer effectief is. Wanneer hebben jullie al zittend, tijdens het vergaderen, nou echt een briljant idee gehad? Als ik voor mezelf spreek: vrijwel nooit. Ideeën komen altijd tijdens het hardlopen, of in ieder geval tijdens het bewegen. Verstand op 0, creativiteit to the max.

Gratis tip vanuit het altijd gemoedelijke Diemen!

Afscheid Dynamo

Vanavond nam tijdens het afscheid op mijn oude werk opeens een wat stillere collega het woord. Hij vertelde dat hij geraakt was. Deze zomer hebben we samen een evenement georganiseerd waarbij ik – tussen neus en lippen door – vertelde dat ‘alles kon’.

Ik kan me de afspraak nog herinneren. We spraken dingen door over het draaiboek, de financiën, de verantwoordelijkheden en wie wat ging doen. Gewoon een normale afspraak, met normale verstandhouding. Waarschijnlijk riep ik daar iets als in ‘waarom laten het evenement niet gewoon tot 11 uur ’s avonds duren?!’ en kwam ik met het ‘normale’ verhaal om welzijnswerk commerciëler te maken.

Hij vertelde dat hij de jongen in hemzelf herkende. Waarom waren er inderdaad barrières ontstaan waardoor hij dingen niet zou organiseren, zoals een naïeve, dolenthousiaste twintiger dat zou doen? Was hij nou oud geworden? Conservatief? Ik herkende een snik in zijn stem. Het was oprecht. ‘Alles kon’ toen wel, maar ‘alles kan’ nu niet meer. Hij brak.

Zo’n verhaal maakt dat ik met heimwee terugdenk aan mijn – eigenlijk – fantastische baan. De molen draait door. De grenzen worden verlegd. Het werk wordt drukker én uitdagender. Maar ik hoop dat ik in de komende jaren nog steeds van het allerkleinste en tegelijkertijd het allergrootste kan blijven genieten: het inspireren van mensen.

Nu ga ik genieten van sentimentele muziek.

De gelijkenissen met Kai Reus

Op dit moment is het precies twee jaar geleden dat mijn moeder naar de rails reed om een einde aan haar leven te maken. De molen draait door, maar soms zijn er momenten om even stil te staan. Recent ontmoette ik wielrenner Kai Reus, met hem had ik zo’n moment…

Het levensverhaal van Kai Reus toont meer gelijkenissen met mijn eigen verhaal dan me lief is. Met bewondering en fascinatie wisselden we afgelopen maand ervaringen uit, met als conclusie dat het jaar 2015 voor ons beiden het jaar van de comeback moet gaan worden. Beiden groeiden we op in kleine dorpen, verloren we onze moeders doordat ze er zelf voor kozen er een eind aan te maken, en zijn we slecht in staat om over gevoelens te praten.

Het was een koude middag aan het einde van december toen we elkaar voor het eerst troffen in Amsterdam-Zuid. Ondanks dat het wat gearrangeerd was, voelde het direct goed. In de helderblauwe ogen van het voormalige wielertalent zag ik veel van mezelf terug. Gedrevenheid. Geldingsdrang. Verbetenheid. Onrust. Later in het gesprek bleek dit niet onlogisch, onze verhalen lijken, ondanks een andere context, vreselijk veel op elkaar.

Donderslag

In 2004 werd Kai Reus door NOC*NSF verkozen tot sporttalent van het jaar. Zijn carrière leek één groot succes te worden. Precies op het moment dat de renner de stap naar de absolute top leek te maken, kreeg hij twee grote klappen te verduren.

Eerst fysiek, door in de Alpen tijdens een training zo hard onderuit te gaan dat hij zelfs weer moest leren lopen. Vervolgens mentaal, toen zijn moeder zichzelf in het najaar van 2012 in een paniekaanval van het leven beroofde. Een periode van ontreddering en vragen restte voor de nog immer jonge Kai.

De woorden van Kai vallen als een blok in mijn maag. De broodjes en koffie smaken niet half zo lekker meer, terwijl ze toch goed hun best hadden gedaan om het zo smaakvol mogelijk te presenteren. Het lijkt alsof een spiegelbeeld aan het praten is, zoveel details ‘kloppen’ er van het verhaal.

Herkenning

Voor mij geldt namelijk een identiek verhaal, zij het dan op journalistiek gebied. Ik had eind 2012 eindelijk mijn droom verwezenlijkt en kreeg de kans om op een sportredactie te werken. Op de laatste dag van het kalenderjaar vulde ik liefst vier verschillende pagina’s in het sportkatern van de Volkskrant. Koning te rijk.

Tot 9 januari 2013 mijn vader in tranen opbelde, precies twee jaar geleden. Druk als ik was, heb ik hem op de gangen van de Jacob Bontiusplaats drie keer weggedrukt, alvorens ik besefte dat het menens was. Het ging over mijn moeder. Ze is er niet meer, ze was voor de trein gesprongen.

Het lijkt tijdelijk een aantal graden kouder in het sfeervolle café. De stilte die valt, wordt slechts gebroken door het onhandig roeren van suiker door de koffie. De pijn wordt tastbaar, slechts verzacht door de gedeelde ervaring.

De comeback

In de dorpen waar wij vandaan komen (Kai uit Winkel, Mart uit ’s Heer Arendskerke) is het niet aangeleerd om over gevoelens te praten. We vonden allebei onze eigen route tot verwerking van het rouw. Kai in het wielrennen, ik in het schrijven. We deden verwoede, soms overhaaste, pogingen om alles weer op de rit te krijgen. Conclusie was dat we op het diepste punt allebei geen perspectief meer hadden en zoekende waren.

Afgelopen december, twee jaar nadat we werden geconfronteerd met de harde werkelijkheid, blijkt voor ons beiden het keerpunt. Inmiddels is er voldoende afstand en rust om weer op te krabbelen. Ik verruil mijn ‘tijdelijke’ baantje in december in voor een plek bij Helden, Kai sluit zich in diezelfde maand aan bij de Belgische wielerploeg Veranda-Willems.

Doorpakken

Aan het einde van de kantelmaand zie ik een ongekende drive in zijn ogen. Eigenschappen die niet onbekend zijn. Ik zie dat Kai zijn kop leeg heeft. Hij is scherp. 2015, het jaar dat hij dertig wordt, moet het gaan gebeuren. Ik hoop vurig dat het hem gaat lukken om zijn gewilde plek bij een World Tour team af te dwingen. Alles of niets.

Er is op dit moment geen fascinerender verhaal in de Nederlandse sportwereld, dan de comeback van Kai Reus. De heroïsche sport, het persoonlijke verhaal, de omgeving die er klaar voor is. Alles intrigeert. Komende weken, maanden, wellicht zelfs jaren ga ik hem volgen en frequent verslag doen van zijn ontwikkeling en ervaringen.

Hoe mooi zou het zijn als Kai in de nadagen van zijn carrière zijn belofte in kan lossen? In zijn kielzog hoop ik mee te groeien, als schrijver, als journalist, als mens. Samen trekken we ten strijde en gaan we verder waar we indertijd waren gebleven. Het heilige vuur is er, nu de prestaties nog.

Nieuwe job:

Op de middelbare school, en later de eerste jaren van mijn opleiding wilde ik dolgraag een werkplek in de sportwereld krijgen. Ooit schreef ik – enigszins arrogant – in een persoonlijk ontwikkelplan dat ik ‘een autoriteit’ in de sportwereld wilde worden. De dynamiek en de positiviteit van deze branche spraken en spreken mij heel erg aan.

Iets later begon ik een visie te ontwikkelen op organisaties en mijn rol daarin. Daarin was één ding snel duidelijk. Ik excelleer in een kleine offensieve organisatie. Een platte organisatiestructuur, waarin heel veel verantwoordelijkheden bij het personeel liggen. Organisaties waarbij het ‘zoeken naar geluk’ wordt verkozen boven het ‘ontwijken van de pijn’.

Tegelijkertijd merkte ik dat het schrijven van mooie verhalen en het houden van interviews echt één van de leukste dingen was om te doen. Mijn ‘lifetime-coach’ Huub ter Haar speelde hier een grote rol in; hij was de eerste die geloofde in mijn mogelijkheden op schrijftechnisch gebied. Later volgden er gelukkig meer en werd ik gesterkt in het gevoel dat ik dat langzaam ook echt onder de knie aan het krijgen was.

Deze overwegingen deelde ik met ‘Twitter-vriend’ Jaap Stalenburg en nog geen week later heb ik kennis mogen maken met Barbara Barend, hoofdredacteur van Helden. (Het enige magazine met een structurele oplage-toename). De netwerkgeneratie in optima forma! Een fles Baileys gaat zijn kant op! wink-emoticon

Vanmiddag schudden Barbara en ik vol overtuiging elkaars hand: vanaf maandag ga ik fulltime aan de slag als sportjournalist en social media redacteur bij het multimediale platform Helden.

Al mijn carrière-wensen in 40 uur gevangen! Kan een man gelukkiger zijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *