‘VVA, VVA, Pracht’ge boerenclub. VVA, VVA, voe os kant nie méé stuk’

Het is vijf jaar geleden dat ik voor het laatst de kleedkamerdeur achter me dichttrok op Sportpark Arendskerke. Een zomer strandwacht en een sportopleiding in Amsterdam sloegen een bres in de aaneengesloten periode voetballen – of iets wat daarop leek – in de jeugd van VVA. Nu – zoveel jaren verder – besef ik me dat ik eigenlijk nooit meer echt op de club ben geweest. Niet eens ben komen kijken. Via de wandelgangen begreep ik dat de jongens van ‘mijn generatie’ ook vrijwel allemaal gestopt zijn met voetballen, zonde, zeker gezien de hechtheid van de groep indertijd.

's Heer Arendskerke

Het was namelijk een fantastische periode. Het leven is dáár begonnen. Samen met Roel, Kai en Avner voetbalden we de hele dag door. Eigenlijk maakte het niet uit waar. Of het nu bij Rijkswaterstaat, de brandweer of op de eigen velden was: voetbal was een excuus om onze ontdekkingsreis door het leven te beginnen. De urenlange gesprekken (‘wat zou jij doen als je een contract bij Ajax kreeg?’) en het wegrennen voor brandweermannen, die absoluut niet wilden dat we daar voetbalden, staan mij het meeste bij. Zomer of winter, regen of onweer, we waren er altijd. De wereld lag aan onze voeten, we konden alles! Elke baan leek realistisch. Ik zou technisch directeur bij Feyenoord worden en Roel profvoetballer, dat stond vast.

Ook aan het clubvoetbal zijn er mooie herinneringen. Ondanks dat ik in praktisch naast de club woonde, was er iedere zaterdagochtend die typerende haast. Eerst uitgebreid ontbijten, om dan plotsklaps geconfronteerd te worden met het feit dat we over 3 minuten al moesten verzamelen. Steevast moest ik die paar meter naar de club per fiets afleggen om alsnog op tijd te zijn. Eenmaal aangekomen waren er die vaste elementen, die de vereniging zo mooi maken. De grappen om de harde Zeeuwse intonatie van André Tange, die na iedere zin bevestiging zocht: ‘Ow!’. Het fanatisme van Marcel Beenhakker – die gerust een jeugdwedstrijd langer liet doorgaan als de stand na de reguliere tijd nadelig was voor VVA – en Izaak Adema als ze weer eens langs de lijn stonden. Uiteraard had je dan nog boegbeeld Rinus Nagelkerke, die bij jeugdtoernooien structureel de microfoon op at als hij aan het presenteren was. De jeugdkampen met de tenten op het voetbalveld. Avner die steevast ballen vanaf de middenlijn in het vijandige goal wist te plaatsen. De snoepzakjes in het jeugdhome. Sebastiaan en Patrick die – met No Limit door de speakers – keihard door de bochten scheurden als ze naar een buurdorp moesten rijden. De kiem voor ons leven werd gelegd op en rond de velden.

Nu besef ik me dat de laatste keer dat ik die voetbalvrienden zag, haastig en in het voorbijgaan was. Een dronken kreet om twee uur ’s nachts op de Grote Markt voor – de inmiddels failliete – Pubbles op de Grote Markt. Oude vriendschappen verwateren. Vijf jaar geleden slechts, het voelt als een eeuwigheid. De dromen zijn gebleven, de context en omgeving is veranderd. Inmiddels heb ik de eer gehad om voor dagbladen als de PZC, het NRC Handelsblad en de Volkskrant te morgen schrijven: vrijwel altijd over sport. Naast mijn journalistieke ambities heb ik met een baan als sportcoördinator in Amsterdam Zuid en functies bij de D66 en de Jonge Democraten allerminst het recht om te klagen.

En als je eenmaal druk bent en veel mensen spreekt, komen er ook weer nieuwe zaken op je pad. Zo werd ik in februari 2013 gebeld door het Anti-Discriminatie Bureau Zeeland of ik na wilde denken over een functie als ambassadeur van de homo-gemeenschap in Zeeland. Ik was sceptisch, had het druk en ben bovendien veel meer een pragmaticus dan een activist. Je zal mij niet snel treffen op de barricades. Toch kon ik het verzoek niet naast me neerleggen. Ik merkte in mijn omgeving dat de tolerantie tegenover minderheden – specifiek homoseksuelen – in Zeeland niet alles is. Ik vond dat ik aan mijn stand verplicht was om hier ook mijn rol te pakken. Zodoende lanceerde ik bij de PZC een serie met portretten van homoseksuelen – waarmee we aan willen tonen dat het óók gewoon je buurman of klasgenoot zou kunnen zijn. Ook via de radio en de televisie proberen we deze boodschap uit te dragen.

Terwijl ik dit tik ben ik onderweg van de wedstrijd MVV – Sparta Rotterdam (1-1, 91ste minuut gelijkmaker voor Sparta) naar FC Twente – Ajax. Ik besef ik dat mijn Brandweerkazerne-droom om technisch directeur van Feyenoord te worden niet uitgekomen is – en waarschijnlijk nooit uit zal komen – maar toch heb ik van mijn hobby, sport, mijn werk weten te maken: morgen heb ik de eer om een onderdeel van de Marathon van Amsterdam te presenteren. Mocht mijn agenda het toelaten kom ik binnenkort een biertje drinken in de kantine. Een hoop zaken om over bij te praten. Het ga jullie goed in Sroaskerke!

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes