‘Ik wist eigenlijk al langer dat ik homo was’

Hans Raaijmakers was vijftien jaar getrouwd voor hij tegenover zichzelf en zijn omgeving erkende dat hij van mannen hield.

Hans Raaijmakers: „ Er zijn ongelooflijk veel homo’s die gewoon hun ding doen en niet constant een podium zoeken om aandacht te krijgen. Juist die vallen niet op.”

De Domburger vertelt zijn verhaal voor de PZC, in het kader van Coming Out Dag. Op Walcheren, met zijn streng gelovige dorpen, is Domburg in veel opzichten een vrijplaats. “Er wordt vaak met een schuin oog gekeken naar wat er in Domburg allemaal gebeurt. Ook met betrekking tot homoseksualiteit”, zegt de 43-jarige Hans Raaijmakers van ijssalon De IJsvogel. “Ik zeg wel eens voor de grap dat je in Domburg met gemak een bus zou kunnen vullen met alleen maar homoseksuelen.”

De geboren Domburger kwam zelf op zijn 35e uit de kast, na een lange zoektocht en een huwelijk van vijftien jaar. Op twintigjarige leeftijd ontmoette hij zijn vrouw. Lange tijd bleef de relatie goed, ondanks persoonlijke en zakelijke sores. “Ik had het heel druk met mijn zaak en ik verloor in die periode ook enkele familieleden. Door mijn volle agenda had ik geen rust en geen tijd om mijn blik naar binnen te keren en na te denken over wat ik voelde”, blikt hij terug op zijn periode in de kast. “Want ergens wist ik al langer dat ik homo was.” Rond zijn dertigste kwam er wat rust in zijn leven. “Ik kon toen eindelijk eens goed nadenken over wat ik wilde”, vertelt hij. Wat moest hij bijvoorbeeld aan met zijn gevoelens voor mannen? “Ik hield mezelf graag voor dat het puur om fysieke en seksuele aantrekkingskracht ging, maar daarmee ontkende ik de diepte van mijn gevoelens. Want het ging ook om geestelijk contact, om kameraadschap, alles wat je met een partner deelt.”

Maar Hans was wel getrouwd. Toen hij eenmaal zijn ware gevoelens onder ogen durfde te zien, weigerde hij om – zoals veel anderen in zijn situatie – een dubbelleven te gaan leiden. “Het was heel erg lastig, maar ik móést het mijn vrouw vertellen. Ik zat slecht in mijn vel en was veel aan het piekeren. Dat was voor niemand goed”, vertelt hij.

Zijn vrouw was de eerste in zijn directe omgeving die op de hoogte werd gesteld van zijn homoseksualiteit. “Ik was bang dat ze boos zou worden, of diep in mij teleurgesteld zou zijn, maar ze reageerde heel goed. Ik ben blij dat ik het verteld heb en dat we tot op de dag van vandaag nog een hele fijne band hebben.” Nog steeds is er opluchting als hij terugdenkt aan de periode waarin hij zijn geheim onthulde. Wat volgde was een periode van ontdekken en verkennen: “De wereld lag opeens voor me open. Ik ging op onderzoek uit en genoot van mijn nieuwe leven”, zegt hij. “Ik pakte vaak de auto om naar Antwerpen te gaan en nam me dan voor om met een paar jongens in gesprek te komen. Daar moest ik echt moed voor verzamelen. Door de open sfeer in de meeste homo-kroegen lukte dat aardig. Die periode gaf me heel veel zelfvertrouwen.”

Zes maanden erna trof hij de man die later zijn partner zou worden. Enig speurwerk leerde de Domburger dat zijn gesprekspartner óók uit Domburg kwam. “We zien elkaar wel in de supermarkt”, schreef hij hem. Na een paar afspraakjes sloeg de vonk over.

Nog steeds zijn ze gelukkig samen. “In Domburg is het totaal geen issue dat wij een homoseksueel stelletje zijn. De meeste mensen hier zien het als iets volstrekt normaals”, vertelt hij. “Ook in mijn zaak is het totaal geen probleem. Er wordt op natuurlijke en speelse wijze omgegaan met mijn homoseksualiteit. En natuurlijk worden er ook grapjes gemaakt.”

Tijdens het gaaischieten, een jaarlijkse Domburgse traditie, nagelden zijn dorpsgenoten een portret van de ondernemer aan ‘de paal’ daarop de tekst: De ijsvogel is toch geen trekvogel!

Hans kan er wel om lachen. “Zolang het positief is en met een knipoog gebracht wordt, vind ik het fantastisch!”

Zoals het een echte Domburger betaamt is hij vanaf zijn vijftiende strandwacht geweest. Op zijn negentiende opende hij De IJsvogel. Nu, bijna een kwart eeuw later is de ijssalon niet meer weg te denken uit de Ooststraat. Hans bouwde de zaak op van een hoekje in een restaurant tot een volledig pand met eigen personeel. “Ik ben helemaal verknocht aan Domburg. Mijn hele leven lang heb ik hier gewerkt en ga er ook nooit meer weg.”

Hans wilt graag het beeld nuanceren van de homo die in een strak zwembroekje op een boot staat te zwaaien. “Het stereotype beeld van homoseksuelen is te beperkt. Er zijn ongelooflijk veel homo’s die gewoon hun ding doen en niet constant een podium zoeken om aandacht te krijgen. Juist die vallen niet op. Mensen moeten zich dat wel realiseren”, vertelt hij. “Niet dat ik extravagante types soms niet leuk vind, en vaak ook heel vermakelijk. Maar het beeld is te eenzijdig.”

Tussen de drukke werkzaamheden door ploft hij het liefste ’s middags ergens neer bij een strandpaviljoen. Hij ziet zichzelf niet als een rolmodel. “Die functie laat ik graag aan anderen over. Er was hier een kroegeigenaar die dat veel meer had. Hij kan heel goed luisteren en wijst graag de weg. Ik vind het wel leuk om te helpen, maar het gebeurt gewoon weinig.” Voor zijn collega-ondernemers doet de homoseksualiteit van Hans totaal niet ter zake: een hardwerkende ondernemer, dat is wat zij zien. “Ik vind het ook niet belangrijk om mijn geaardheid uit te vergroten. In mijn zaak komen allerlei mensen. Van extravagant tot strenggelovig. Die mix wil ik ook vooral behouden”, stelt hij.

Mensen met een geloof waarin homoseksualiteit omstreden is, zijn wat hem betreft van harte welkom. “Zolang zij niet oordelen over mij, zal ik niet over hen oordelen. Wat mij betreft laten we elkaar gewoon in onze waarde.”

Hans merkt wel op dat de sfeer rond homoseksualiteit grimmiger wordt. “Vooral in Antwerpen. Om de zoveel tijd zie je weer een krantenbericht dat er iemand in elkaar geslagen is”, zegt hij bezorgd. “In Domburg heb ik er persoonlijk gelukkig nog niet mee te maken gehad. Dit is een heel beschermende en veilige omgeving. Bovendien zijn er gewoon veel homoseksuelen”, vertelt hij.

Tot slot, een advies: “Leef gewoon je leven en oordeel niet zo snel. Ook niet over die extravagante types. Die geven de wereld tenminste een beetje kleur.”

Mart Roumen

Een vrijgevochten dorpje, op het overwegend kerkse Walcheren. Een enclave van homo-tolerantie in een omgeving waarin sociale controle en christelijke moraal de boventoon voeren. Zo ziet Jan Sanstra zijn woonplaats, Domburg.

De eigenaar van Sportshop en Surfschool Domburg heeft wel een verklaring voor het tolerante klimaat: “Je moet het zo zien: de gemiddelde inwoner van Domburg komt nog eens ergens. Domburg is horeca, kunst, surfen, vakantievieren. Dan heb je het niet over mensen die hun hele leven lang alleen dat dorpje zien. De inwoners van Domburg zijn van kinds af aan gewend dat er vreemd volk rondloopt, dat er steeds nieuwe gezichten zijn. Terwijl veel dorpen hier omheen wat naar binnen gekeerd zijn. De sociale controle is er vaak groot.”

Jan Sanstra kijkt er niet van op als aan de bar twee meiden of jongens staan te zoenen. “Niemand in Domburg trouwens! Dat was al zo toen ik kind was. Ik herinner me een oudere man die wij kinderen ’t Juffertje’ noemden. Niemand die ooit vervelend tegen hem deed. Een vriendje van mij was ook zó. Als die gepest werd, waren er altijd lui die voor hem opkwamen. Er wonen hier diverse homoseksuele stellen. De Boulevard van Schagen, die van de watertoren loopt tot aan het Badpaviljoen, heet in de volksmond het Pottenpad. Dat is ook niet voor niks, natuurlijk.Voor zover ik weet, is homoseksualiteit hier volledig geaccepteerd. Let wel: doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Tasjesnichten – zoals ik ze maar zal noemen – zullen hier ook reacties oproepen. Dat kun je verwachten, als je provoceert.”

Vanuit de omgeving wordt Domburg toch enigszins gezien als het Sodom en Gomorra van Zeeland. “Omdat hier alles kan. Wij hebben daar als ondernemers voor geknokt. Neem nou die zondagsopenstelling; dat soort dingen. Er komen hier veel jongeren uit de omgeving. Dan merk ik vaak dat de dingen daar toch wat anders liggen. Als ik bijvoorbeeld een evenement houd op de zondag, mogen veel jongeren niet komen. Op zaterdag dan weer wel, maar als de feestavond in een café gehouden wordt, weer niet.”

Hij heeft het vaak genoeg gezien; jongeren die ‘ergens’ mee worstelen. “De eenzaamheid die vaak om zo iemand heen hangt. Als je dan voorzichtig een gesprek begint, vraagt of ze misschien ergens mee zitten, klappen ze dicht. Ik heb dat vaak gemerkt dat jongeren hier zichzelf kunnen zijn, zich lekker voelen, maar binnen hun eigen gemeenschap een façade moeten ophouden. Ze kunnen er niet over praten. Dat is best zielig voor zo’n jongen.”

Ook zijn dorpsgenoot Hans Raaijmakers heeft lange tijd een façade moeten ophouden. “Gek genoeg wisten veel dorpsgenoten het allang, ook toen hij nog getrouwd was. Zo zijn er wel meer op Domburg die na het trouwen en kinders krijgen uit de kast gekomen zijn. Zo uit mijn hoofd wel een stuk of vijf. Misschien is het een soort wisselwerking: niet alleen dat ze hier eerder eerlijk durven zijn, maar ook dat je eerder geneigd bent in een plaats als Domburg te gaan wonen als ze die neiging hebben. Omdat ze weten dat ze hier niet nagekeken zullen worden.”

Hans en Jan kennen elkaar al van kinds af aan. “Ik denk dat ik als tiener voor het eerst dacht: die is van de mannen. Hij had van die vrouwelijke trekjes…maar ik zei niks. Toen hij ging trouwen dacht ik: het zal wel. Dit is gewoon toneel. Waarom doe je dit nou eigenlijk? Toen hij ermee naar buiten kwam, was ik blij voor hem. Ik denk dat toen zijn leven pas echt begonnen is. Lijkt me verschrikkelijk, je hele leven toneelspelen.”

Ondine van der Vleuten

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes