‘In hart van Van der Burg brandt Olympisch Vuur’

Ras-Amsterdammer Eric van der Burg heeft als wethouder sport van ‘zijn’ stad met een ambitieus team de EK atletiek naar de hoofdstad gehaald. De trotse bestuurder spreekt uitgebreid over Ajax, hoofdstedelijke arrogantie, topsportevenementen en natuurlijk over het sportieve hoogtepunt van Amsterdam in 2016. Daarnaast werpt hij speciaal voor Helden Online de eerste discus op het Museumplein.

2015-08-20 11.32.03-2

Door: Mart Roumen
Beeld: Mart Roumen
Medium: Helden Online

“We staan op het Museumplein, met het schitterende Rijksmuseum op de achtergrond”, vertelt de wethouder. “Hier gaan we volgend jaar de onderdelen discuswerpen en speerwerpen écht naar de Amsterdammers brengen.”

De sportwethouder haalt even adem en werpt na drie sierlijke draaien de eerste discus op het keurig groene gras. Eén ding staat vast: als het aan Eric van der Burg ligt mogen de EK vandaag al beginnen.

 

Dan begint hij te vertellen. “We hebben het binnenhalen van dat evenement te danken aan drie elementen: het Olympisch Stadion, de stad Amsterdam en bovenal Ellen van Langen. Voor ons was het belangrijk dat er sporters centraal zouden staan in de bidfase. Ellen was ons boegbeeld. We begonnen de presentatie met een filmpje waarin te zien was dat zij goud won op de Olympische Spelen van Barcelona. Dat is veel interessanter om te zien, dan het verhaal van de wethouder sport van de organiserende stad. Dat was raak. In de zaal waar wij onze presentatie hielden zag je gelijk de herkenning in de blik van de toehoorders: ‘Ik was daar bij! Dit is gaaf!”

“Je zag toen het belang en de impact van Ellen van Langen. Bij een bid is de gunfactor het belangrijkste. Mensen moeten er een prettig gevoel bij krijgen om het evenement aan jouw stad te geven. Ze moeten zien dat je ervan geniet, dan spiegelt dat in hun ogen. Een concurrent kwam aanzetten met een meneer in een zeer strak pak en daaromheen een aantal dames die ook zeer strak in hun outfit zaten, maar niets qua sport uitstraalden. Dat werkt niet. Toen het filmpje van Ellen bij ons bid voorbij kwam zag je de mensen opleven.”

Het Amsterdamse bid moest met name onderscheidend zijn. “We willen een nieuwe standaard zetten”, zegt Van der Burg. “Met kenmerkende Amsterdamse bravoure, die ook terug is te vinden in die slogan ‘like never before’. Wij zijn onderscheidend ten opzichte van andere steden omdat wij de ‘gezelligheid’ en het ‘knusse’ beter weten te organiseren. Wij willen de sfeer van het WK beachvolleybal en het oranjegevoel van het voetbal en de Davis Cup koppelen aan het evenement. Daarnaast moet het toegankelijk worden, daarom is de huldiging waarschijnlijk ook niet in het stadion, organiseren we onderdelen op het Museumplein en start daar ook de breedtesport halve marathon en 10 kilometer. Dat organiseren we samen met de organisator van de Dam-tot-Damloop. Die sfeer willen we ook tijdens die wedstrijden hebben.”

‘Ik wil een nieuwe standaard zetten voor de EK Atletiek’

“Het mooie aan like never before is dat het in 1928 niet anders was bij de Olympische Spelen in het Olympisch Stadion. Dat waren de eerste Spelen waar vrouwen aan deelnamen, de vlam voor het eerst werd ontstoken, het eerste startblok werd gebruikt, maar ook de eerste keer dat Coca Cola sponsor was van de Spelen. De speellocatie van de EK is een locatie like never before, omdat er echt primeurs zijn. Maar ook voor de stad is dit een evenement als nooit tevoren. Dit is qua deelnemersaantallen het grootste sportevenement dat we ná de Olympische Spelen van 1928 hierheen hebben gehaald.”

Bij de EK zijn er veel onderdelen in het stadion, maar niet iedereen vindt alles net zo interessant als de 100 meter. “Dat heeft toch een andere dynamiek dan de hink-stap-sprong. We moeten kijken hoe we mensen continu geïnteresseerd houden, en niet alleen voor de populaire onderdelen. Het is een uitdaging om ze na de 100 meter ook de andere onderdelen te laten bekijken. Dat kan prima met een showtje, zoals bij het WK beachvolleybal ook was. Het hele evenement moet een groot feest worden. Maar als er gesport wordt, moet er ook gesport worden. Dan nemen we gas terug en moet er volle aandacht zijn voor de atleten.”

Het ingewikkelde aan de timing van de EK atletiek is dat precies op dat moment ook het EK voetbal plaatsvindt, en het Museumplein traditioneel gebruikt wordt als fanzone. Van der Burg ziet alleen maar kansen. “Wil dat elkaar bijten, moet het Nederlands elftal zich eerst plaatsen én de finale halen. Natuurlijk moeten wij dan wel extra hard werken, om het Museumplein om te bouwen. Ook doen we geen huldiging op het moment dat ‘onze jongens’ moeten voetballen. Wel zou het fantastisch zijn als we bruggen weten te slaan tussen het voetbal en de atletiek. Ik hoop van harte dat we dat noodscenario kunnen gaan toevoegen aan ons draaiboek.”

De sporter Eric van der Burg
De ogen van de wethouder fonkelen, terwijl hij door zijn enthousiasme voor het evenement steeds harder gaat praten. Zelf is hij natuurlijk ook present tijdens het vijfdaagse evenement. “Dat is nu al geblokt in mijn agenda. Ik denk dat ik in ieder geval heel erg ga genieten van de opening, om het simpele feit dat alle energie en aandacht door alle mensen die erin gestoken is, dan eindelijk verwezenlijkt wordt. De ontlading van ‘Yes, het is begonnen’ zal enorm zijn. Datzelfde zal bij de sluitingsceremonie zijn, maar dan met een gevoel van ‘We hebben het volbracht’. Zelf vind ik de loopnummers het meeste interessant. De 5 kilometer en de 800 meter worden mijn hoogtepunten als toeschouwer. Op die afstanden wordt het spel gespeeld. Ik vind het mooi om de tactische overwegingen te zien. Ik ga zelf ook zeker meelopen met de 10 kilometer. Wat mijn tijd gaat worden? Onder de vijftig minuten!”

‘Ik heb Gerard Dielessen ooit horen zeggen dat hij na 2020 om zich heen gaat kijken. Zijn baan lijkt me tegen die tijd echtfantastisch’

De wethouder is een sportieve man. Altijd geweest al. “Van oorsprong ben ik voetballer, maar toen ik de politiek in ging, moest ik telkens ’s avonds vergaderen. Dat is lastig in een team. Ik kan niet zomaar mijn plaats opeisen op zondag als ik niet kom trainen. Ik vind dat ik het goede voorbeeld moet geven. Als wethouder zorg vind ik dat ik op het goede gewicht moet zitten, omdat ik dan pas geloofwaardig kan zeggen dat ik vind dat Amsterdammers minder dik moeten worden. En als wethouder sport geef ik ook het goede voorbeeld, dus ik loop de Dam-tot-Damloop, de halve marathon van Amsterdam en ik fiets ook met de Gerrie Knetemann-classic mee. Het gebeurt vaak dat ik ’s ochtends heel vroeg of ’s avonds heel laat besluit: ik ga nog even een rondje lopen.”

Zijn functie beslaat een groot gedeelte van zijn agenda, zowel overdag als ’s avonds. “Ik ben iemand met heel erg veel energie en een goede conditie. Het helpt enorm dat ik met wat minder slaap toe kan. Ik wilde bijvoorbeeld alleen maar portefeuilles die bij me passen, anders moesten ze maar een ander zoeken. Ik beleef veel plezier aan sport, zorg en ruimtelijke ordening. Met die laatste portefeuille zie ik wat ik met mijn stad kan doen. Ik ben wethouder van Amsterdam, terwijl ik Amsterdammer ben.” Hij laat een stilte vallen en recht zijn rug als teken van eer. “Het is werk, maar iedere dag is het weer een feestje om mijn ‘ding’ te mogen doen. Maar ooit komt er een leven na mijn periode als wethouder. Ik heb Gerard Dielessen ooit horen zeggen dat hij na 2020 om zich heen gaat kijken. Zijn baan lijkt me tegen die tijd echt fantastisch. Dat is mijn droombaan.”

Wethouder sport
“Als het om sport gaat heb ik drie prioriteiten. Méér mensen in beweging krijgen, de stad (top)sportvoorzieningen geven en natuurlijk topsportevenementen naar Amsterdam halen.”

“Ik vind het als wethouder sport belangrijk om niet alleen bij de bobo-dingen te zijn. Iedereen wil bij de Europa League-finale in de ArenA en bij een EK of WK zijn. Maar ook op andere momenten vind ik het leuk om met sport bezig te zijn. Het fantastische van sport is dat er altijd een competitief element is: je kiest een atleet of club waar je voor bent, en het is daarna altijd spannend. Ik geniet daar echt van. In de breedste zin van sport probeer ik overal bij te zijn.”

Maar het blijft niet alleen bij woorden voor Van der Burg. “Laatst gaf ik het startschot bij de duizend kilometer van het Noorderpark, waarbij er aandacht is voor mensen met overgewicht en sociale achterstanden. Natuurlijk loop ik dan ook zelf mee. Komende zaterdag open ik nieuwe sportvelden die zijn aangelegd”, somt hij op. Dan kijkt hij even naar zijn aanwezige persvoorlichter. “Ik doe nog iets met sport komende zaterdag. Ehm.” Hij gaat verder. “Binnenkort komt de homeless-cup, waarbij structuur wordt geboden om hun leven weer op de rit te krijgen.”

“Maar soms knelt mijn enthousiasme om het goede voorbeeld te geven wat. Bij de Gerrie Knetemann-classic heb ik toegezegd dat ik 100 kilometer mee fiets. Maar ik heb berekend dat ik dat in drie uur moet uitrijden, anders ben ik te laat voor mijn volgende afspraak. Ik moet even gaan kijken hoe ik dat ga oplossen. Ha! Tijdens de Gaypride ben ik naar een tennis-, zwem- en hardloopwedstrijd geweest, maar vervolgens in pak weer door naar een volgende afspraak. Soms past het tijdtechnisch gewoon niet.”

De Amsterdammers en sport
Hij daagt Amsterdammers uit om ook in hun omgeving meer te gaan sporten. “De stad nodigt vaak niet heel erg uit om te bewegen. In de provincie is het logisch dat je 10 kilometer naar je school fietst, maar in Amsterdam is er vrijwel altijd een tram- of bushalte voor de deur. Wij proberen met de indeling van het gebied nu rekening te houden met het mensen uitdagen en prikkelen om te sporten in hun directe omgeving.”

“We moeten looproutes zo maken dat ze uitdagen. Als je bijvoorbeeld vanaf het begin van het Vondelpark naar het einde van de Bosbaan en terug loopt is het exact 16 kilometer, precies de afstand van de Dam-tot-Damloop! Als die route logisch is, nodigt en daagt het uit om het een keer te proberen. Maar het is veel breder: fietspaden, wandelpaden, we moeten Amsterdam veel uitdagender maken!”

‘Je ziet dat de waardering voor topsportevenementen in Amsterdam steeds meer toeneemt’

Maar in veel steden, ook in de hoofdstad, lijkt er weerstand te zijn tegen het organiseren van grote evenementen. “Die brengen nou eenmaal overlast met zich mee. We nemen dit interview af tijdens Sail. Ik woon in Amsterdam-Noord en ik kijk uit op het vuurwerk. Als jij om half 11 naar bed bent gegaan heb je er overlast van. Dat geldt ook bij de Marathon van Amsterdam. Als jij die ene zondag met je fiets van de ene naar de andere kant van de stad wil komen is dat lastiger dan op een andere dag. Maar dat geldt ook voor een verjaardag met tuinfeestje en barbecue. Je doet dan netjes een briefje in de brievenbus van je buren, met een uitnodiging en dat er eventueel wat meer overlast kan zijn dan normaal. Dat is ook niet anders bij Koningsdag of bij de inhuldiging van de Koning. Het gaat erom: hoe beperk je de overlast en hoe ga je om met problemen die mensen hebben. Je ziet dat de waardering voor topsportevenementen in Amsterdam steeds meer toeneemt.”

Ajax: arrogant en zelfverzekerd
Als sportwethouder van de hoofdstad is het logisch dat ook Ajax hoog op de agenda staat, zo ook bij Van der Burg. “Ik ben absoluut Ajax-fan. Het missen van de Champions League is een zware teleurstelling. In de competitie gaan de klassieke drie aan de top komen denk ik. Ajax op één, Feyenoord op twee en PSV op drie. Ajax is gebaat bij een sterk Feyenoord. Ik vind dat ook een heel leuke en bijzondere club. Als Ajax gelijk speelt begint het publiek te morren, en als Feyenoord in het rechterrijtje belandt, komt men massaal naar de club om hen te ondersteunen. Ik geniet heel erg van die opgestroopte mouwen van die Feyenoord-supporters.”

‘Het Ajax-publiek hoort bij Ajax, arrogant en zelfverzekerd’

“In zijn algemeenheid vind ik dat beide supporters bij de wedstrijden aanwezig zouden moeten zijn. Ik snap de keuze van de burgemeesters, maar we moeten ernaar streven dat het geluid bij de klassieker in de stadions die golvende beweging maakt. Of ik Ajax het Feyenoord-publiek zou gunnen? Nee. Het Ajax-publiek hoort bij Ajax, arrogant en zelfverzekerd: ‘wij zijn Ajax, wij zijn de beste’. Ik ben ook arrogant like never before”

Alvorens de eerste discus geworpen gaat worden op het felgroene gras van het Museumplein benadrukt de wethouder nog één ding, zij het op persoonlijke titel. Met zoveel toespelingen naar het Olympisch stadion en de eerder georganiseerde Spelen is het eigenlijk logisch dat er nog één onderwerp aan bod moet komen. Van der Burg begint voorzichtig: “Het IOC heeft met de plannen die ze in Monaco hebben genomen een heel goed besluit genomen om de Spelen compacter en goedkoper te maken. Ik denk ook dat dat de toekomst van de Spelen is. De Spelen van Tokio in 2020 zullen de laatste zijn die georganiseerd worden, zoals we dat nu doen. Ik denk dat er steeds meer animo is om de Spelen te organiseren in ‘landen als Nederland’. De politicus Eric van der Burg loopt aan tegen het feit dat het kabinet zich er niet aan wil wagen, maar in het hart van Van der Burg brandt het Olympisch Vuur.”

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes