Alexander Pechtold: ‘Je zult mij echt van mijn stoel af moeten krijgen’

Daags na het debat over het derde steunpakket aan Griekenland oogt Pechtold energiek. Het reces is voorbij en de politieke arena is weer geopend. Vlak voor het interview heeft hij op de sportschool nog even een toelichting gegeven over de ontwikkelingen in Griekenland, politicus ben je nu eenmaal 24 uur per dag. En nu zit hij in zijn huis aan de rand van Wageningen in zijn tuin te genieten van de natuur en het prachtige weer. De DEMO schuift aan en komt tot de conclusie dat hij – ook na negen jaar partijleiderschap – nog steeds ongelooflijk strijdbaar is. “Ik heb nog één droom.”

Alexander Pechtold

Tekst: Jacqueline Brand & Mart Roumen

Na een korte rondleiding, langs stapels met houtblokken, een trampoline en een vergane glijbaan, die zijn tuin een nostalgisch aanzicht geven, neemt hij plaats op een oude houten stoel aan een tuinset. Het broze hout geeft wat mee, en de leuning heeft het aan één kant al begeven. Hij kijkt even naar zijn stoel en wijst naar het krakende gedeelte. “Zoals jullie zien heb ik er vrede mee om hierop plaats te nemen. Als iemand anders mijn stoel wil overpakken, zal hij daarvoor moeten vechten.”

Actualiteit

Pechtold is terug van het reces en laat daar geen onzekerheid over bestaan. Tijdens zijn eerste werkdag mocht hij direct aantreden in veel verschillende media, met als sluitstuk een groot interview in het TV-programma van Eva Jinek. “Het was even wennen om weer terug te zijn in Den Haag. Tijdens de start van het reces hadden we al de hoofdlijnen van het derde steunpakket aan Griekenland, dus we wisten dat er een mogelijkheid was dat we tijdens onze vakantie zouden worden teruggeroepen.”

“Ik was heel benieuwd naar de sfeer in Den Haag. Ik weet nog dat we ’s morgens met de fractie bij elkaar kwamen. We konden de dynamiek toen nog slecht peilen, maar toen het debat begon was het eigenlijk vanaf de eerste minuut toch al wel heel erg ‘politiek’. In eerste instantie was dat niet de bedoeling. Als je kijkt naar mijn spreektekst was dat vooral heel erg inhoudelijk en gericht op de inhoud van het steunpakket. Ik voorzag niet dat Rutte zou draaien.”

“Natuurlijk vind ik dat een goed politicus met nieuwe argumenten tot andere inzichten zou kunnen komen, en draaien op zich vind ik ook helemaal niet zo erg als het op argumenten is gestoeld. Tijdens de verkiezingen had hij toegezegd dat er ‘geen geld meer naar de Grieken’ zou gaan. Dat was natuurlijk een onzinnige belofte, daarom vond ik het ook sterk dat hij daarvan terugkwam voor de zomer. Maar wat bleek tijdens dit debat? Rutte begon terug te krabbelen en zei iets als: ‘Die beslissing van toen was in een ander daglicht.’ Eigenlijk zei hij dus: degene die toen met de steun aan de Grieken heeft ingestemd, zat ernaast. Maar daar kwam hij niet mee weg deze week. Ik heb dat politieke flessentrekkerij genoemd. Dat is een oud en kwetsend woord, maar het is in dit geval wel terecht.”

“Wij zouden er als D66 nooit mee wegkomen om dat soort beloftes te doen. Als D66 10% van de loze beloftes van de VVD zou doen, zouden wij negatieve zetels behalen. Onze kiezers zijn daar heel gevoelig voor. Zij willen geen boude uitspraken en beloftes waarvan je weet dat de kans groot is dat je die niet kan waarmaken. Ik vind dat ook terecht. Het lijkt soms wel een strategie van enkele partijen om zoveel mogelijk beloftes te doen, maar bij ingewikkelde onderwerpen heb je de gezamenlijke verantwoordelijkheid om kiezers goed te informeren en vooral niet te belazeren. Uitspraken als: je krijgt 1000 euro of er gaat geen geld meer naar de Grieken, kun je niet hard maken! Je hebt het zeker op het internationale speelveld zeker niet alleen voor het zeggen. Je kan iemand niet met die opdracht op pad sturen, zonder dat de politiek aan geloofwaardigheid inlevert. Ik ben er verbaasd door en baal er van. Het is zo ongelooflijk plat!”

Pechtolds agenda met D66: Immigratie

De zomer heeft Pechtold goed gedaan. Hij lijkt geïnspireerd om de politieke agenda van D66 te verbreden, maar vooral ook te verdiepen. Enkele thema’s die door D66 meer zouden kunnen worden gedragen, licht hij eruit. “Als we het hebben over Nederlandse jihadstrijders, dan zou je in de kantine met een biertje in je hand als borrelpraat kunnen zeggen dat ze daar maar beter kunnen sneuvelen. Maar je kan het toch niet maken om in onze rechtsorde als politicus te vertellen dat een achttienjarig jongetje in Syrië mag worden afgeknald?! Als het dan vervolgens een gezicht krijgt en een moeder op televisie geëmotioneerd vertelt dat zij het contact met haar zoon is verloren, vinden we het allemaal weer heel erg. Die dubbele moraal is fascinerend. Ik vind het interessant om kiezers te confronteren met hun eigen inconsequentie.”

“Als het om mensen en ethische of rechtsstatelijke zaken gaat ben ik niet bezig met politiek. Dan reageer ik puur primair. Ik heb het politieke speelveld zien veranderen. Het verruwt en het verplat allemaal: ‘er zijn er 300 verdronken’, lees je dan. ‘Oh. Nou’, is dan de reactie van veel lezers. Het lijkt om materie te gaan, terwijl we het over mensen hebben.”

“De vooraankondiging van het verharde klimaat in de Kamer hebben we jaren geleden bij een congres in 2008 kunnen aanschouwen. Er kwam een collega-politicus uit Denemarken om ons een spiegel voor te houden. Daar was op dat moment al een gedoogsteunconstructie met een wat radicalere partij. Zij zei op het congres: ‘Bevecht vooral die standpunten, maar waak er vooral voor dat extremisme geen mainstream wordt.’ Het infiltreert. Andere partijen denken: wij moeten ook een beetje.”

“Dát is het grootste succes van Wilders. Hij dwingt anderen om die kant op te schuiven. De tijdsgeest is als een penduleklok. Je kan er achteraan gaan hollen, maar dat haal je nooit in. Al zijn er ook wel voordelen aan de komst van dat soort partijen. Het is denk ik goed dat we iets minder naïef over migratie zijn gaan denken.”

“In de Volkskrant las ik recent een stuk van Han Entzinger, hoogleraar in Rotterdam. Het viel hem tegen dat zelfs D66 niet het lef heeft om op dit moment de voordelen van migratie te noemen. Hij stelde in zijn artikel dat dit continent juist veel meer migratie nodig heeft. Dat vind ik interessante oproepen. Dat zette mij aan het denken: Ik vind inderdaad óók dat we het met name over de nadelen hebben, en dat dit element totaal onderbelicht blijft. Wat mij betreft gaat D66 de komende jaren tegen alle winden in dit verhaal vertellen.”

Pechtolds agenda met D66: Milieu

Eén van de andere speerpunten waar D66 zich de komende jaren volgens hem op moeten gaan richten is duurzaamheid en klimaatproblematiek. “Maar dan niet ‘even’ wat geld voor windmolens vrijmaken, het moet doordacht en structureel gaan gebeuren. De VVD zou niet moeten kunnen zeggen dat één bosbrand in Indonesië meer negatieve impact heeft op het klimaat dan al onze maatregelen bij elkaar goed kunnen maken. Het moet uit het ‘burgertje pesten’, uit de ‘hel en verdoemenis’. We zouden dit dossier als D66 aan moeten pakken, zoals we dat ook met onderwijs deden en doen. We zijn het hele land ingegaan met Paul van Meenen en maakten niet alleen extra geld vrij, maar creëerden ook kwalitatief sterke plannen om een inhoudelijke verbeterslag te maken. Dát zie ik ook graag bij ons milieu- en klimaatbeleid. We zouden daar als D66 drie lagen onder moeten gaan organiseren. Wij moeten de grootste bewijslast krijgen als partij om daar op in te zetten. En ik voel dat we dat kunnen, zeker met Stientje van Veldhoven als aanjager.”

Precies op dat moment valt een aantal grote vruchten van tien meter hoogte op de krakkemikkige tafel in de tuin van Pechtold. “Er dreigt een mastjaar, dat betekent dat er veel meer vruchten uit de boom vallen dan normaal. Maar het aparte is: normaal vindt dat één keer in de negen jaar plaats, maar nu is het al voor het tweede jaar op rij.” Hij lacht: een tekenend voorbeeld dat het milieu aan sterke veranderingen onderhevig is op het moment.

“Veel van onze huidige standpunten, waarvan we in akkoorden veel hebben weten te verwezenlijken, waren nuttig en noodzakelijk, maar niet revolutionair: Ik vind het leuk om nu een thema – net als onderwijs in het verleden – écht op de kaart te gaan zetten. Milieu is één van de thema’s die dat wel zouden kunnen zijn voor D66. We moeten de dwarsverbanden gaan leggen tussen schaliegas in Groningen en het gaskraanbeleid van Poetin, het is nu allemaal veel te gefragmenteerd. Ik voel dat we daar – ook electoraal – een goede vertaalslag kunnen gaan maken.”

Maar dit dossier zou niet alleen door de partij gedragen moeten worden. “Nederland zou met landelijke trots voorop moeten lopen op dit dossier. Zoals we nu overal eilanden opspuiten, zo zou het milieu ook aangepakt moeten worden. Onze schepen moeten weer uitvaren: maar dit keer niet om in specerijen te handelen, maar om de plastic soep op te ruimen! Er zit een student in Delft die daar fantastische plannen mee heeft. Wij hebben dat gewoon in huis! Hij zou met zijn start-up niet weggekocht moeten worden door Amerika.”

“Het is niet voor niets dat, toen ik een thema uit mocht kiezen om met Wilders over te debatteren, ik milieu koos, want ik kon daar alles – ook migratie en internationale politiek – aan koppelen. Wilders was na een tijdje aan het praten over een subsidie-regeling voor duurzame energie. Het was duidelijk dat hij zich in dit thema nog moest inlezen en iedereen wist: dit voelt hem niet lekker.”

Pechtolds agenda met D66: Democratisering

Naast onderwijs, milieu en immigratie is er nog een vierde speerpunt, eentje waar D66 ooit om is opgericht: democratisering van het politieke stelsel. Het dichter bij elkaar brengen van overheid en burger, maar vooral ook politiek en kiezers. “Dat onderschrijf ik. We doen dat met een aantal maatregelen (gekozen burgemeester en het raadgevend en correctief referendum), die we met dank aan de inzet van Gerard Schouw stukje bij beetje geruisloos door de Eerste Kamer aan het loodsen zijn. Ik vertelde altijd: de plannen voor bestuurlijke vernieuwing zijn uit voorraad leverbaar, maar even niet in de etalage. Dat was een uitspraak waarmee ik zelfs Hans van Mierlo recht in zijn ogen aan kon kijken. Inmiddels zijn we dat geruisloos aan het implementeren en is een aantal dingen al verwezenlijkt, zoals het raadgevend referendum. Dat GeenStijl een Europees referendum wil afdwingen over het sluiten van een handelsverdrag (red: GeenPeil), terwijl ze juist ook afgeven op D66, komt door D66! Dat vind ik wel heel erg grappig.”

“Maar daadwerkelijk de kloof tussen de kiezer en de politiek kleiner maken kan ook door heel andere dingen. Ik zie bijvoorbeeld heel veel kansen in de inzet van sociale media. Wat mij betreft moeten we gaan analyseren wat sociale media ons gebracht heeft. Toen de televisie werd ontwikkeld kwamen er na een tijdje omroepen. Zowel commercieel als publiek. Dat ontstaat allemaal. De vraag is: hebben we het ten positieve kunnen inzetten, zijn we er beter van geworden? Het Jeugdjournaal en Sesamstraat zijn als verlengstuk van de opvoeding enorm interessant. Ook documentaires en nieuwsitems zijn hartstikke nuttig.”

“Bij sociale media zie je nu ook die ontwikkeling. Bijvoorbeeld een amber-alert via Twitter. Dat is fantastisch en heel praktisch! Binnen no-time is heel Nederland op zoek naar een kindje. Tegelijkertijd zijn er initiatieven zoals buurtwhatsappgroepen, waarbij iemand die boodschappen gaat halen in de groep kan posten of er bij de buren of overburen nog behoefte is aan een net sinaasappelen. Ik zie heel veel kansen in de crowdsourcing van diensten, ervaringen en kennis via sociale media. Dáár zouden we als politiek nou echt mee voorop kunnen lopen om de kloof te verkleinen.”

“Op Twitter heb ik nu bijna 400.000 volgers en er zit nu een functie op dat je kan zien hoeveel mensen interacties met je tweet aangaan. Geregeld scoor ik daar getallen mee dat ik denk: ‘Ik vraag me ten zeerste af of zoveel mensen mijn quote in het NRC Handelsblad lezen’. Soms word ik binnen een minuut na een tweet gebeld door een radiostation om een reactie te geven op datzelfde nieuwsfeit waar ik over heb bericht. Dat is toch een enorme kracht en macht om met een politicus heel direct in contact te staan?! Dat is misschien nog wel belangrijker dan dat je je burgemeester kan kiezen iedere vier, vijf jaar.”

“Ik hoop dat we over tien jaar niet denken: ‘Shit. Als we in 2015 nou iets beter nagedacht hadden over de inzet van sociale media hadden we veel meer kunnen bereiken. Ik ben zelf niet opgegroeid met Facebook en Twitter, maar er kan zo ongelooflijk veel mee. We zouden op structurele wijze na moeten denken over hoe we dat inzetten om in directer contact met de kiezers te staan. Dát is de bestuurlijke vernieuwing en dát is democratisering. Als de oprichters van D66 nu hadden geleefd, zou Twitter waarschijnlijk in de grondwet verankerd zijn. Ook bij D66 zouden we ons beter kunnen organiseren door middel van sociale media. Het heeft schitterende kansen, maar het kan natuurlijk ook verworden tot scheldkanonnades als we niet goed na blijven denken hoe we het ten positieve in kunnen zetten. We moeten ons niet weg laten pesten door de mensen met veel vrije tijd die op Twitter hun onderbuik vertolken.”

Pechtold & samenleving

In Wageningen ging Pechtold als burgemeester bij mensen thuis eten om te horen, te voelen en te ervaren wat er allemaal speelt in de gemeente.  Nu in Den Haag vult de agenda zich snel, maar toch weet hij nog wel zijn momenten te pakken. “Wat veel mensen niet weten is dat ik geregeld mensen opbel als ze mij twitteren of mailen. Dan mengt bijvoorbeeld een veteraan zich in een twitterdiscussie en binnen drie zoekwoorden heb ik zijn 06-nummer. Dan bel ik hem gewoon op. ‘Ik zag net je tweet, en ik wilde even weten het waarom en wat’. Eerst zijn ze verbaasd en denken ze dat ze door hun broer in de maling worden genomen. Overigens is dat ook wel een mooie fase. Vaak word je het inhoudelijk niet eens in zo’n gesprek, maar er is wel begrip over en weer. Ik hoor heel vaak: ‘Ik zal nooit op jou stemmen, maar dit is wel hoe ik hoop dat de politiek zou moeten zijn.’ Het kost mij zo’n tien tot vijftien minuten, terwijl mailen voor mij net zo lang of zelfs nog veel langer duurt met mijn twee vingertjes. Ik merk dat ik geïnspireerd word door dit soort gesprekken: ‘Ah! Dat zit dus zo!’, denk ik geregeld. Maar nu ik dit vertel is er eigenlijk al een deel van de magie af. Het is toch mooier als mensen dat niet weten.”

 Soms is het ook door stom toeval: “Twee weken geleden ging ik inkopen doen. Er lag een hoogbejaarde vrouw naast de supermarkt. De ambulance kon niet komen, want het was ‘slechts’ een beenwond. Toen ik terugkwam uit de winkel, kwam ik samen met een kassière tot de conclusie dat we toch echt naar het ziekenhuis moesten. Ze was ook een beetje de kluts kwijt. Ik ben toen urenlang met die kassière in het ziekenhuis geweest, op slippers.”

“Inmiddels ben ik twee keer bij haar langs geweest. Als mijn moeder valt, hoop ik dat anderen dat ook doen. Ik vind dit ook interessant, omdat ik er via een voorbeeld in de praktijk achter kom hoe alle systemen werken. Ik kan honderd rapporten lezen, maar nu zag ik de afweging wanneer er een ambulance komt, hoe je doorgestuurd wordt in het ziekenhuis, en hoe het hele medische systeem werkt. Ik kwam positieve dingen tegen, maar soms dacht ik ook: ‘mijn hemel! Hoe kom ik hier doorheen. Maar van die schets, die ik dan even krijg kan ik wel echt genieten.”

Jonge Democraten

Nu Pechtold al negen jaar partijleider is heeft hij al vele voorzitters van de Jonge Democraten zien komen en gaan. Wat de invloed van de JD is? “Niks! Nou ja: Het mooie van de Jonge Democraten is dat ze ieder jaar een nieuwe voorzitter hebben. Als ze mijn trucjes door hebben, zijn ze weer weg. Ha! Kun jij lekker opschrijven: zei hij met een grote glimlach. Nee, even serieus. Wat ik het leuke vind, is dat ik met iedere voorzitter een soort introductiegesprek heb, waarin ik zeg: Jullie zijn niet onze jongeren en wij zijn niet jullie oudjes, maar de ervaring leert dat het wel helpt om de zaken met elkaar af te stemmen. Maar we hoeven geen verantwoording aan elkaar af te leggen. Met alle voorzitters hebben we daardoor een gezonde houding gecreëerd. En natuurlijk denk ik soms eens: ‘Nee! Niet op dit moment. Kap nou! Graaf je eigen graf, maar trek mij er niet in’. Een voorbeeld? Nee, dat is echt te lang geleden.”

Flink agenderen en voor de troepen uit lopen en dingen doen die wij (nog) niet kunnen doen. Dát vind ik leuk. Als je altijd voorzichtig bent, gebeurt er nooit iets. Ik vind het prima als jullie harddrugs willen legaliseren, maar besef wel dat wij nog bezig zijn met softdrugs in de Kamer. Ik ga dan niet opeens samen met Pia daarvoor pleiten. Maar toch ben ik blij dat er anderen bezig zijn met harddrugs. Flink agenderen en voor de troepen uit lopen en dingen doen die wij (nog) niet kunnen doen. Dát vind ik leuk. Als je altijd voorzichtig bent, gebeurt er nooit iets. Het is nuttig als het handen zijn, die elkaar kunnen wassen. Bij de JOVD denk ik vaak: met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Uitingen ten koste van de moederpartij brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Zij krijgen nooit de pers als ze in dit geval niet de moederpartij VVD achter zich hebben staan.”

“Jan Paternotte was een goede voorzitter van de Jonge Democraten, maar dat was heel lang geleden. Als Paternotte het partijleiderschap van D66 interessant vindt, moet hij er hard voor werken. Hij moet nog heel erg veel leren. Stefan de Koning vind ik echt een held. Daar heb ik wat mee. Zijn tweets zijn altijd bingo. Dezelfde cynische soort humor die ik ook leuk vind.”

“Ik ben ontzettend blij dat we zo’n actieve en snel gegroeide jongerenafdeling hebben. Ik hoop dat de generatie onder de dertig zich sneller met thema’s gaat bemoeien dan dat mijn generatie lief is. We zetten oude bestuurders in als analist van ICT-vraagstukken en Job Cohen mocht in Haaren advies geven over een sociale media spin-off. Ik heb veel respect voor oudere politici, maar ik snak naar mensen voor wie sociale media niet ‘iets nieuws’ in hun leven is, maar bij wie het in het DNA zit vervlochten. Er komen dingen aan die alleen zij op kunnen lossen. Mijn generatie staat op achterstand wat dat betreft. Kom op jongeren: wacht niet op je beurt of tot ‘wij’ agenderen. We hebben nu tussen JD en D66 wat rustige jaren gehad. Als dat dit jaar wat meer van ‘auw’ moet gaan, dan moet dat maar. Het basisgevoel van ‘waarom doen we dit’ moet blijven, maar we zijn super goed ingespeeld, dus Jonge Democraten, laat je vooral gelden!”

Leiderschap & Pechtold

In 2014 vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats, waarbij in veel steden D66 de grootste partij is geworden. Zo ook in Amsterdam, waar onder leiding van Jan Paternotte een college is geformeerd van VVD, D66 en de SP. Jij sprak toen dat de Amsterdamse coalitie ‘naar meer smaakte’. Waarom?
“Het gaat mij er tegenwoordig niet om dat we tégen een andere partij zijn, vroeger had ik dat wel iets meer. Met de één heb je meer dan met de ander. Nu vind ik het belangrijk dat wij ons eigen gedachtegoed op orde hebben. Wat ik gezond vind is – bijvoorbeeld bij paars eind jaren ’90 – dat het CDA een keer in het stof mag bijten, en dat geldt nu ook voor de PvdA op lokaal niveau. Ik vind dat je het lef moet hebben om buiten de gebaande paden te treden. Ik durf te kiezen voor de SP als samenwerkingspartner, omdat de oude machtspartijen VVD, CDA en PvdA verkiezingsbeloftes zo makkelijk breken. Als het CDA regeert, zouden ze wel meestemmen met de steunpakketten voor Griekenland, maar nu in de oppositie roepen ze dat het schande is. Zij houden ook al vijftig jaar de bestuurlijke vernieuwing tegen, om beurten. De SP en D66 zijn erdoorheen gebroken en hebben zich bewezen. Hun cultuur en mensen zijn iets interessanter, omdat ze zeker niet voor hun carrière lid zijn geworden van hun partij. Bij SP en D66 zijn mensen lid omdat ze een keer onvrede hadden over het beleid, om dat te veranderen.”

Het profiel en de uitstraling van een partijleider is anno 2015 misschien wel belangrijker dan ooit voor het succes van een politieke partij. Wat moet de uitstraling zijn van een D66-fractievoorzitter?
“Als je daarmee maar niet bedoelt dat je het over mijn opvolger wil gaan hebben…. Die kan nog mooi even wachten!”

“We komen na een bepaald aantal jaren altijd weer even in de problemen. De kracht van D66 is dat er altijd wel weer – zij het na enige tijd – een partijleider komt die heel erg bij het tijdsbeeld past.  Zij hebben het juiste D66-DNA in hun periode. Ik vind het moeilijk om te zeggen wat de opvolger moet krijgen. Zij moeten het D66-antwoord van dát moment hebben. Het zou iemand moeten zijn die duurzaamheid als van nature kan neerzetten. Ik kwam in een tijd waarin iedereen dacht: zoek het maar uit. De oprechte gevoelens over de rechtsstaat en de multiculturele samenleving kwam uit mijn tenen. Het was authentiek dat ik boos was op Wilders, geen doordachte strategie.”

Is het wenselijk dat het succes van een partij zo hangt aan één man of vrouw?
“Ieder uur dat je besteedt aan de frustratie dat succes van een partij hangt aan de partijleider is verspilde energie. Zelf heb ik geen politieke voorbeelden. Ik heb veel achterdocht voor politici die ermee schermen dat Mandela of Ghandi hun grote voorbeeld is. ‘Joh hoor, tuurlijk’, denk ik dan. Daar heb ik niet veel mee. Ik loop niet achter mensen aan, maar achter ideeën. Wel word ik op momenten geïnspireerd door mensen. Sarkozy stond tegenover een groep heel grote en sterke havenwerkers bij een staking. Dan staat dat kleine menneke tegenover die grote beren te vertellen dat hij het ‘alsnog doet’. Dáár hou ik van. Ik kan professioneel respect hebben voor iemand waar ik het politiek helemaal niet mee eens ben. Als het maar voortkomt uit een authentiek gevoel.”

Alexander, je bent nu negen jaar aan het roer. Is er nog een droom, een ideaal voor de persoon Pechtold?
“Sommige dingen kun je sturen, andere dingen minder. Na 2006 was het een tijdje ‘flat line’ en gaf niemand er wat voor. Daarna kregen we een enorme stroomversnelling van enthousiasme en nieuwe leden. In 2009 stonden we in de peiling op 26 zetels en in de praktijk hadden we drie zetels. Er kwamen toen iedere week 300 nieuwe leden bij. We maakten ons toen wel echt zorgen. Dat was op het onbeheersbare af. We dachten: ‘Ooh. Dit gaat dadelijk mis, we stellen teleur en dan zijn ze allemaal weg. In 2010 hebben we de partij in een ruk uit de marge getrokken bij alle verkiezingen. In de provincie, Eerste Kamer, in de gemeentes en in Europa. Nu hebben we op bijna alle niveaus een enorme klap gemaakt naar écht een flinke partij. Maar: Alexander Pechtold wil nog één ding……. Als het moet, als dat de kans is….. D66 ten minste in de Trêveszaal, misschien wel in het torentje’ …. Ik vind dat deze partij niet alleen zijn invloed in de constructieve oppositie moet uitoefenen, maar dat we inmiddels het lef, het gedachtegoed én de mensen hebben om ook in Den Haag, in het kabinet, te besturen.”

“De afgelopen twee jaar was het zo dat we zowel in de aanval als in de verdediging tegelijk speelden. D66 was oppositie, maar moest iedere maand een akkoord sluiten. Het was hard lopen. Van spits naar doelman. Eigenlijk hebben we die periode geregeerd zonder ministers. Maar ik vind dat de partij het lef moet hebben om zijn plek in het bestuur op te eisen.”

Maar is het niet tijd voor een nieuwe wind? Na negen jaar?
“Je zag dat deze stoel knakte toen ik erop ging zitten. Ik schuw het niet om op krakkemikkige stoelen te gaan zitten, letterlijk en figuurlijk. Maar je moet me er wel vanaf krijgen. Ik heb nog nooit op een plek gezeten waarvan ik dacht: mijn houdbaarheid is voorbij. Toen ik wethouder was  dacht ik wel: ik moet nu wat anders gaan doen anders komen ze me halen. Ik durf wel te zeggen dat ik een antenne heb om dat voor te zijn. Maar zelfs al zou daar een kleine neiging toe zijn, er ligt nog steeds een agenda en ik ben nog met onderwerpen bezig die ik leuk en uitdagend vind. Tijdens het laatste debat over Griekenland keek ik naar achter na mijn inspreekbeurt. De fractie knikte instemmend. Het zit nog wel goed. Ik stel niet teleur.”

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes