Giphart: ‘Vervalste handtekening van Koning gekocht’

In de rubriek Op Glad IJs vraagt Schaatsen.nl bekende Nederlanders naar hun liefde voor schaatsen. Schrijver Ronald Giphart vertelt honderduit over zijn avonturen op en naast het ijs.

Door: Mart Roumen

Streamer: ‘Als het kortebaanschaatsen een column is, is de Elfstedentocht een romancyclus’

Giphart groeide op in de wijk Sterrenburg in Dordrecht. Samen met zijn vader keek hij steevast alle belangrijke schaatswedstrijden. “Hij zat – rokend en met een glaasje vieux – altijd televisie zat te kijken. Voetbal, Tour de France én schaatsen”, vertelt hij. “Ik herinner me hoe geweldig dat was: met een schrijfblok op schoot alle uitslagen en rondetijden bijhouden. Zonde dat ik dat nog nooit met mijn kinderen heb gedaan.”

Giphart en noren

Zelf was hij meermaals op het ijs terug te vinden op zijn hockeyschaatsen. “In de winter raakte de vijver in de buurt vaak bevroren. Het was mooi dat de hele buurt uitliep om samen op de vijver te gaan zwieren”, blikt hij terug. Ook naast het schaatsen was er voor de jonge Giphart genoeg te doen. “Overdag waren er tenten met koek en zopie en ’s avonds waren er onwijs gave feesten. Het was een soort drive-in disco. Machtig was dat.”

De activiteiten op het ijs bleven beperkt tot de basis. “Ik had er helemaal geen aanleg voor. Ik moest het stapje bij beetje leren achter een stoel.” Zijn initiële enthousiasme voor het schaatsen stokte door een incident waarbij zijn buurjongen Hans was betrokken. “Iemand schaatste met van die scherpe noren over zijn hand, waardoor al zijn pezen werden doorgesneden. Dat maakte diepe indruk. Daar ben ik echt voorzichtiger en banger door geworden.”

Toch bleef Ronald ook op de middelbare school schaatsen. “De eerste paar jaar op de middelbare school sleten wij onze vrije uren in de Menkehal. Nog steeds kon ik er helemaal niets van. Op een of andere reden mis ik het motorisch vermogen om langdurig op noren te staan. Als student heb ik door het enthousiasme van mijn huisgenoot ooit meegedaan aan een officiële schaatstocht, daar werd ik glorieus laatste of eennalaatste. Mijn prestaties mogen geen naam hebben. Ik ben er niet voor in de wieg gelegd.”

Fraude van de Koning

Wel bleef hij de schaatswedstrijden van zijn helden volgen. “Ik heb zelfs ooit een handtekening van Eric Heiden gekocht. Nota bene van de huidige Koning, Willem-Alexander. Dat zal ik nooit vergeten. Toen ik verhuisde naar Soestdijk zat ik op dezelfde middelbare school. Hij had tien handtekeningen van Heiden. Niemand vroeg zich af waarom hij in godsnaam tien handtekeningen zou zetten voor één iemand. Willem-Alexander verkocht die voor een gulden per stuk. Ik kocht er ook één. Achteraf kwam mijn vriend Robert Sikkema erachter dat die handtekeningen vervalst waren. Willem-Alexander had er één gekregen en is die negen keer gaan overtrekken. We hebben hem toen klemgezet op school: ‘Je hebt ons opgelicht’. Ik kreeg mijn gulden terug, maar toen ik dat thuis vertelde werd mijn vader boos op me: ‘Je had gewoon een door de toekomstige Koning vervalste handtekening in handen! Nooit wegdoen!’ Prachtig was dat.”

Helden in het schaatsen

Van de schaatsers die hij tegen is gekomen, maakte Erik Hulzebosch grote indruk. “Wij zaten samen bij Villa Felderhof en ontmoetten elkaar op Schiphol, waar wij geacht werden om naar Frankrijk te vliegen. Ik kende hem alleen van televisie, dus daar leerde ik hem pas echt kennen. Ik heb zelden iemand ontmoet die zo ontwapenend, bijzonder en grappig is als Hulzebosch. Hij vroeg met dat karakteristieke stemgeluid van hem in het vliegtuig: ‘Zeg Ronald, ben jie nou de bekendste schriever van Nederland’. ‘Nee natuurlijk niet, dat is Harry Mulisch’, reageerde ik. Hij werd later op de dag enkele keren gebeld op zijn mobiele telefoon. ‘Zeg, nu ik je toch spreek. Ken jie toevallig Harry Mulisch. Nee? Ow dá dacht ik al. Zie hier Giphart. Jij bent de bekendste’.”

De schrijver herinnert de buitengewone status van zijn oude helden, zoals Ard Schenk nog heel scherp. “Ik vraag me af of de helden van nu eenzelfde soort held zijn als hij. Zijn grootsheid was ongeëvenaard. Ik volg het schaatsen nu te slecht om echte helden te kunnen aanwijzen. Al zijn er natuurlijk wel fascinerende dingen gebeurd. De gemiste ronde van Sven Kramer en het uitglijden over een vogelpoepje van Hilbert van der Duin waren natuurlijk van mythische proporties. Ik hoop dat in de toekomst de schaatswereld in Nederland een keer wordt veroverd door bijvoorbeeld een Marokkaan. Het zou prachtig zijn als de nieuwe Ard Schenk Rachid El Ahmoedhi heet.”

Giphart kon zijn verjaardag in december in de achtertuin vieren, aangezien het ver boven de tien graden was. “Jammer. Zoals het nu gaat komt er waarschijnlijk nooit meer een Elfstedentocht. En dat is toch wel een vat vol mooie verhalen. Het gaat uiteindelijk altijd om de verhalen achter de sport. Zo’n tocht is een homerisch verhaal met alles erin”, vertelt hij dromerig. “Metaforen, tegenslagen, wanhoop en verlangen. Als het kortebaanschaatsen een column is, is de Elfstedentocht een roman. Of nog beter: een romancyclus.”

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes