Rob Jetten: (Politieke) droom van vele Jonge Democraten

In het Utrechtse Café Kalff blaast de jonge Nijmeegse D66-fractievoorzitter Rob Jetten (28) even uit van een stressvol dagje op kantoor. Toch is hij het praten nog niet moe. In onvervalst Brabants blikt hij met de DEMO terug op zijn politieke carrière, die begon bij de Jonge Democraten.

“Ik was echt zo’n nerd die op zijn twaalfde (1999) al de krant las. Op dat moment was ik erg geïnteresseerd in de medisch-ethische agenda van D66. Ook de mensen achter die partij spraken mij heel erg aan.

Een incident in de directe omgeving van de Udense Jetten maakte dat zijn politieke interesse ook daadwerkelijk werd omgezet in daden. “In de nacht (2004) nadat Theo van Gogh werd vermoord, werd in mijn dorp door vrienden uit mijn voetbalteam de Turkse basisschool in de fik gestoken. Dat was een uit de hand gelopen grapje, maar de Telegraaf framede Uden als een dorp met rechts-radicale jongeren. Dat beeld vond ik shocking.“

De toen 17-jarige scholier wilde het beeld rechtzetten.  “Wij wilden de wereld vertellen dat niet alle jeugd in Uden stom is. ‘Ga het gesprek aan met hen!’, was onze boodschap. We hebben toen veel acties georganiseerd en ook ingesproken in de raad van Uden. Er was geen groot probleem onder de jongeren en dat hoefde dus ook niet hard aangepakt te worden.”

Op die betreffende nacht werd Jetten ingeseind en ging hij direct naar de school. Ook het toenmalige Udense D66 Kamerlid Ursie Lambrechts mengde zich – net als later enkele andere Kamerleden – in het incident. “Maar zij was de enige die écht vragen stelde aan de jongeren, aan ons dus. Dat bevestigde mij in mijn positieve beeld van D66. Dat was het laatste zetje dat ik nodig had om echt actief te worden voor politiek in het algemeen en D66 in het bijzonder.”

Jonge Democraten
Hij meldde zich aan als combilid van D66 en de Jonge Democraten en was een jaar later – inmiddels student Bestuurskunde in Nijmegen – te vinden op het introweekend van de Jonge Democraten. “Dat was in één of andere schuur in de Veluwe. We waren daar met twintig nieuwe leden, voor die periode super veel! Ondanks dat het niet een heel diverse groep was qua samenstelling, was het wel een onwijs mooi weekend. Het was gezellig, er werd veel geborreld met elkaar en we hebben enorm pittige discussies gehad.”

Het vuurtje was aangewakkerd en hij ging meer en meer naar activiteiten van de JD. Uiteindelijk verzamelde hij voldoende leden om een eigen afdeling op te richten in zijn omgeving. Het begin van de afdeling Arnhem-Nijmegen. “Wij wilden de keerzijde van ‘Havana aan de Waal’ aantonen. Nijmegen was nog de enige gemeente met duizend Melkertbanen, er was een sterk maakbaarheidsideaal. Met een ledenbestand van zo’n tweehonderd JD’ers in die regio moest er toch wel een maandelijkse bijeenkomst inzitten, dachten wij. En ja, toen heb ik mezelf maar direct tot voorzitter gebombardeerd. Ha!”

Vrije tijd was schaars voor de student. Naast zijn positie bij de Jonge Democraten en zijn opleiding streefde hij er ook nog naar om in de atletiek de top te bereiken. Halverwege zijn derde studiejaar (2008) kreeg hij de kans om stage te lopen bij D66 in de rustige dynamiek van de Eerste Kamer. “Ik vroeg mij af: waarom is dit instituut er überhaupt nog? Gerard Schouw en Hans Engels zaten daar en ik was lange tijd de enige medewerker. Alexander, Boris en Fatma waren de Tweede Kamerleden. Hans Engels kon hen soms college geven tijdens de fractievergadering, maar daar had de Tweede Kamerfractie vaak helemaal geen behoefte aan. Dat leidde dus tot pittige discussies. De hele geoliede machine van D66 zoals die er nu is, was er totaal nog niet. Alexander Pechtold, Ingrid van Engelshoven en Gerard Schouw bestuurden de club eigenlijk op dat moment en brachten steeds meer professionaliteit.”

Voorzitter Jonge Democraten
De Jonge Democraten hadden toen een andere positie dan op dit moment. “Er waren vierhonderd man op een D66-congres, waarvan zo’n honderd JD’ers. Het debat was feller. Wij waren toen écht de luis in de pels van D66. Vooral ook door sterke inbreng van de voorzitters Jan Paternotte (2004-2005) en Tom Monasso (2006-2007). “Dossiers als de hypotheekrenteaftrek en de AOW-leeftijd zijn toen aangekaart. Dat prikkelde heel erg. Ik wilde ook voorzitter worden, maar moest daar wel mijn positie in de Eerste Kamer voor opzeggen.”

“We waren met een vijf-koppig bestuur eigenlijk de hele dag bezig met het oprichten van nieuwe afdelingen en het welkom heten van nieuwe leden. Mede ook door het succes van D66. Wij moesten even ontdekken hoe wij daarmee om gingen. Die groei en bijhorende professionalisering gaf wat frictie. Ik herinner me een JD-congres waarbij JD Brabant een motie indiende dat het vooraf uitsluiten van samenwerking met politieke partijen niet wenselijk is, ook niet als het gaat om de PVV. Dat zou ondemocratisch zijn. Toen dat werd getweet, stond het een uur later op nu.nl. Direct hadden we een woeste partijtop aan de lijn. We hadden in die periode meerdere incidenten met D66. Achteraf is het een gemiste kans geweest dat we niet met beide besturen een strakkere lijn hadden uitgezet.”

Het bestuur Jetten was op andere terreinen wel heel erg succesvol. “De samenwerking met andere PJO’s ging perfect. Met Jesse Klaver ( DWARS), Jeroen Diepemaat (JOVD), IJmert Muilwijk (Perspectief) werkten we als ‘jongerenorganisaties’ samen tegen de deal van het kabinet met de SER, en daar hebben ons toen als blok flink geprofileerd. Het journaal opende ’s ochtends met onze acties, mooi om mee te maken.”

D66 Nijmegen
Aan het einde van zijn eerste jaar twijfelde hij om nog een jaar door te gaan, maar op dat moment polsten de twee zittende raadsleden in Nijmegen Jetten. “Zij wilden stoppen in 2010 en vroegen mij de kar te gaan trekken”, vertelt hij. “Ik heb daar met veel mensen over gesproken en dacht toen: ‘Ja, waarom eigenlijk niet’. Het Havana aan de Waal-verhaal ergerde mij heel erg. Er was behoefte aan een fris geluid in de raad. Iemand die kon breken met de heersende cultuur was hard nodig. Ik wist dat ik dat kon. Zo werd ik op mijn 22ste fractievoorzitter van een afdeling van één van de grootste steden in Nederland, gesteund door het bestuur.”

De campagne van de jonge lijsttrekker liep voortvarend. “Bij de JD heb ik geleerd om tegen de publieke opinie in voor heldere standpunten te pleiten. Je merkt dan dat je ook vaak nog wel veel mensen mee kan krijgen in je verhaal. Ik wilde het vuurtje opstoken en was absoluut niet bang voor de raad. Voormalig burgemeester Thom de Graaf zei altijd: D66 is geen campagnepartij. Ik had bij de Jonge Democraten gezien dat we dat verdomme wel waren. Als je eenmaal buiten bent, en de schroom valt van je af, zie je dat we het wél kunnen. Ik had ook een sterk campagneteam met actieve leden en een paar marketeers.”

Het was wel spannend of ik mijn belofte: ‘Er gaat een nieuwe wind waaien’, waar kon maken. Gelukkig behaalden we sterke winst tijdens de verkiezingen van 2010 en kwamen we in het college met twee sterke wethouders. We hebben ons tijdens die onderhandelingen gefocussed op een aantal punten waarmee we wilden breken met het ‘Havana aan de Waal’, dat had dus juist ook met de bestuurlijke cultuur te maken. Het coalitieakkoord lag niet helemaal vast, zodat er speelruimte voor de raad was. Daarmee hoopten we het duale stelsel meer recht te doen. Wij hebben zelf meermaals onze eigen wethouder zwaar aangepakt. Dat was radicaal anders dan de cultuur daarvoor.”

Vier jaar later werd Jetten wederom de lijsttrekker van de sociaal-democraten in Nijmegen, met als doel om de grootste te worden. “Ondanks winst lukte dat net niet. De SP werd iets groter. De gesprekken tot een coalitie met die partij waren niet heel vruchtbaar. Zij zaten in de oppositie en er was wat wrok ontstaan in de voorgaande vier jaar. In mijn fractie was er een slecht gevoel over een samenwerking. Ik heb ‘Den Haag’ geïnformeerd over de moeizame onderhandelingen, en zij gaven aan dat ze wel heel erg zouden inzetten op het vormen van een coalitie. De landelijke inzet was dat D66 in de grootste tien gemeentes in de coalitie zou komen, maar op onze tien punten wilde de SP er niet één in het coalitieakkoord terug zien komen. Ja, zoek het dan lekker uit. Ik vertegenwoordig de D66-stemmers en burgers van Nijmegen, niet zozeer de wensen van Den Haag.”

Toekomst
Toch komt er over drie jaar waarschijnlijk een eind aan dit avontuur in de Nijmeegse raad. “Ik weet niet of ik nóg een keer vier jaar in de raad wil zitten. Ik heb een onwijs leuke baan bij ProRail. Ha! Ja, bij ProRail. Maar ook politiek blijft mijn interesse trekken. Over een aantal jaar trek ik wellicht naar Den Haag als ik een portefeuille zou krijgen waarin ik echt het verschil kan maken. Backbenchen in Den Haag vind ik niet zo boeiend, maar als ik iets met infrastructuur kan doen, kan ik van meerwaarde zijn. Daarnaast zou ik ook heel goed de belangen van het zuiden en het oosten van het land kunnen vertegenwoordigen. Dat mist nu een beetje.”

Zijn tijd bij de Jonge Democraten is onbetaalbaar geweest voor zijn carrière, zowel bij D66 als bij ProRail. Maar dat vind de 28-jarige Jetten niet het belangrijkste element van de JD. “Maak vooral plezier en voorkom dat je de politiek gaat naspelen. Er zitten een hoop saaie en verantwoordelijke mensen in Den Haag en in gemeenteraden die dat prima kunnen. De JD is ervoor om met leeftijdsgenoten op het scherpst van de snede te discussiëren over de toekomst van de wereld. Voer soms een prikkelende campagne, waarvan de hele wereld denkt ‘Ow god. Waar komen ze nu weer mee aanzetten’ en drink achteraf een borrel. Dan is het een leuke speeltuin waar je jezelf in kunt ontdekken en ontwikkelen.”

Toch is hij wat huiverig om de mooiste herinneringen te delen. “Ha! Ik heb heel veel persoonlijke JD-anekdotes, maar die ga ik niet vertellen. Ik heb hier in Utrecht mijn eerste JD-congres meegemaakt. Dat is één van mijn mooiste JD-weekends geweest. Dat was aan het Janskerkhof bij een studentenvereniging. De mensen die het meest gezopen en gerookt hadden, waren een ochtend later de grootste pleitbezorgers van het rookverbod.”

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes