Ferd Crone: ‘Kabinet moet leiding geven en tempo maken in vluchtelingendebat’

In Friesland is er afgelopen maanden in relatieve rust en met veel draagvlak van de bevolking bij veel gemeentes noodopvang geboden aan vluchtelingen. Wat is de truc van Friesland, en hoe komt het dat er politiek, bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak is in de laagbevolkte regio? De DEMO sprak met één de voortrekkers van de opvang in Friesland, de burgemeester van Leeuwarden Ferd Crone.

Door: Mart Roumen

Het eerste moment dat het woord noodopvang viel bij de burgemeester van Leeuwarden was in september. “We hadden toen al contact met het COA om een definitief asielzoekerscentrum te openen. Vlak daarna kwam het verzoek aan de veiligheidsregio’s om, gezien de grote toestroom van vluchtelingen, een snelle oplossing te zoeken.”

“We waren één van de eerste die de hand op staken: ‘kom maar met die vluchtelingen’. Dat kwam omdat wij eerdere goede ervaringen hadden met AZC’s. Ook de bevolking was grotendeels positief. Een week voor de eerste noodopvang richtten zij een website op ‘Wij Willen Wat Doen’. Dat was een samenwerking tussen welzijnsstichtingen en de Hogeschool. Zij kregen een ruimte in de Hogeschool toegewezen en vrijwel direct meldden allerlei partijen en individuen meldden zich aan om wat te doen. Van taallessen tot knutselen met kinderen. Er waren al 400 vrijwilligers, terwijl er nog geen vluchteling de provinciegrens was overgekomen.”

De verantwoordelijkheid voor die vluchtelingen kon Crone op zich nemen, omdat hij tevens voorzitter van de veiligheidsregio Friesland is, waarin meerdere gemeentes samenwerken bij (gemeente)grensoverstijgende problemen. “In Friesland hebben we geleerd dat, als er crisis is en er snel moet worden gehandeld, we de veiligheidsregio inzetten. Het is zinloos en tijdsintensief om vanuit het COA allemaal mensen en gemeentes apart te gaan bellen. Je moet dat altijd samen doen.”

Voor de burgemeester was één ding duidelijk: niet één gemeente, maar het crisiscentrum van de veiligheidsregio werd de centrale locatie van waaruit de noodopvang werd gecoördineerd. “Het was eigenlijk heel simpel. Het begint met de burgemeester en de lokale gemeenteambtenaren die wilden helpen. Vanuit het crisiscentrum werd contact opgenomen met de aangesloten gemeentes: ‘hebben jullie een opvang?’ ‘Nou wat is dat dan’, ‘Gewoon een gymzaal of materialen’, ‘Als het moet, hebben we dat wel’. Heel logisch. Enkele gemeentes hadden locaties, anderen weer ambtelijk apparaat of materialen. Het is best een operatie, maar dat hebben we met alle gemeentes samen gedragen. Ik herinner me dat er een collega-burgemeester in paniek belde: ‘Zeg Ferd, kun jij nog dekens regelen toevallig? Het wordt koud en ik zou niet weten hoe ik daar aan moet komen.’ Dan spring ik in en regel ik dat via contacten bij de legertop.”

Maar toch waren er wel problemen vanaf de eerste dag. Niet in de laatste plaats van financiële aard. “Van het COA kregen we 40 euro per dag per vluchteling om voor een slaapplaats te zorgen. Dat was een gok, we wisten niet hoeveel het zou gaan kosten. Daarnaast zouden we het zelf moeten betalen als het meer zou worden. De gemeentes zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het project.”

“Tijdens de eerste week noodopvang hoorde ik van de burgemeester van Kollumerland dat het veel duurder was geworden. Aan het einde van die week zouden die vluchtelingen weer moeten verplaatsen. Voor die mensen is het natuurlijk verschrikkelijk om telkens te moeten verplaatsen, één groep moest zelfs negen keer verhuizen. Maar het was veel te duur voor die gemeente om de meerkosten zelf te betalen, dus hebben ze besloten dat ze voor 40 euro per vluchteling per dag extra de noodopvang aan konden houden voor langere periode. Dat extra budget is dichtgelopen door de buurgemeentes, aangesloten bij de veiligheidsregio. Anders zouden zij ‘aan de beurt’ zijn, en nu hoefden ze slechts financieel bij te dragen.”

“Blijkbaar waren we de eerste met die aanpak, terwijl het een hele logische stap is. Waarom het bij ons wél een succes werd? Ik denk door de Friese mentaliteit. Bij ons is er altijd de gedachte van ‘als er een probleem is, moeten we er gezamenlijk uitkomen’. Daarnaast wachten we niet tot Den Haag met een oplossing komt, maar anticiperen al op de problemen die gaan komen.”

Het Friese voorbeeld heeft inmiddels nationale opvolging gekregen. “Het kabinet besloot vorige week dat de inzet van veiligheidsregio’s als contactpunt tussen COA en noopvang bij gemeentes de landelijke structuur is geworden.”

In veel gemeentes, die van landelijke media een uitgebreid podium hebben gekregen, is er vanuit de omwonenden veel weerstand tegen asielzoekerscentra en noodopvang. In Friesland was die er ook, maar in mindere mate. Crone hanteert een duidelijke lijn in de toon van de kritiek die wordt geuit. “Natuurlijk waren er ook felle reacties. Soms ook discriminerend, maar dat pik ik niet.” Ferd staat op uit zijn stoel. “ ’Ho meneer! Zo doen we dat niet hier. Je mag tien keer je mening geven, maar we beledigen geen groepen, personen of religies.’ Dat had ook een zelfcorrigerende werking. De zaal ging morren op het moment dat er soortgelijke geluiden te horen waren.”

Op het gebied van veiligheid op straat maakten sommige burgers zich wel veel zorgen. Crone heeft geprobeerd om daarin tegemoet te komen door een inspraakavond te organiseren de avond vóór de opening van de noodopvang. “Ik heb veel respect voor mensen die tegen de vluchtelingen zijn. Ik snap de angst om banen kwijt te raken en het gevoel van toegenomen onveiligheid. Tijdens die avond stond iemand op en vertelde mij dat hij zich onveilig voelde gezien de proef met het dimmen van de lantaarnpalen in Leeuwarden. Toen heb ik gezegd: dat experiment stellen we twee maanden uit. Pats boem. En: de wijkagent loopt een extra rondje.”

De geboren Dordtenaar is niet bang dat via die vluchtelingenstromen terrorisme voet aan de Nederlandse wal zet. “Voor zover ik het tot nu kan volgen, is er niet één IS-strijder gevonden in die mensenmassa die onze kant op kwam. Mijn politiechef zegt altijd: ‘Je denkt toch niet dat als ze een aanslag willen plegen, de makkelijkste manier is om een normale asielaanvraag te gaan doen in Nederland?!’ Als ze dat willen komen ze eersteklas met vliegtuig of trein. Je kan overal wel bang voor zijn, al moeten we natuurlijk wel de vluchtelingen identificeren. In Friesland doen ze bij binnenkomst via vingerafdrukken de identificatie. We weten wie er ‘aan boord zijn’. Overigens zijn de aanslagen tot nu toe gepleegd door mensen die in Europa zijn opgegroeid. Dat staat dus haaks op die angst.”

De burgemeester heeft alleen grote moeite met het verklaren van de vluchtelingenstromen. “We zijn zelf een van de hoofdoorzaken van de problematiek in het Midden-Oosten. Het belangrijkste is dat je de totale context snapt. Waarom hebben we dit – als Westerse landen – zo ver laten komen. We hebben in die landen decennialang allerlei minderheden gesteund vanwege de olie. We zijn in grote mate verantwoordelijk voor de economische schade die is aangericht in die landen. Al het geld is naar enkele families is gegaan, waardoor het maatschappelijk middenveld zich niet kon ontwikkelen. We voeren een niet te winnen strijd. Nu kunnen we niet opeens heilige boontjes gaan spelen en democratie uitroepen.”

Den Haag

De regie op dit project ligt niet bij een gemeente in een Friese provincie, maar in Brussel en Den Haag. Crone heeft harde woorden voor zijn collega’s in Den Haag. “De landelijke coördinatie had beter en eerder gemoeten. Namens het VNG en G32 onderhandel ik met het kabinet. Iedere keer weer denk ik: ‘Och. Dit schiet ook niet op’. We wéten dat noodopvang niet te organiseren is voor 40 euro per dag en nog steeds is daar niets aan veranderd. Maar ook het extra geld voor scholing, integratie en taalles is er niet; het kabinet moet tempo maken.”

“Waarom zie ik nooit bewindslieden hier in Leeuwarden, zoals jij en enkele anderen?! Ze zitten daar maar in die kaasstolp. Ze dragen het dossier niet. Het kabinet moet meer leiding geven in het debat. Ik weet niet waarom dat niet gebeurt. Bij een crisis in een stad hoort de burgemeester vooraan te staan. Bij een crisis in een land, zoals nu, horen de ministers en premier vooraan te staan. Dat doen ze niet. Ze hoeven alleen maar langs te komen in het land om uit te leggen waarom we wat doen, en de gemeentes te ondersteunen. Het gebeurt niet.”

“Merkel doet het wel. Zij blijft reageren, al moet ze het honderd keer zeggen. Een groot voorbeeld. Zij zegt, handelt en staat voor haar zaak.”

De enige structurele oplossing voor de noodopvang van de vluchtelingen is om alle statushouders ook echt (sociale huur)woningen te kunnen toekennen. “Mensen zetten nu langzaam de hakken in het zand, omdat ze bang zijn dat er nu één gymzaal gebruikt wordt, maar dat het er twee kunnen worden. We houden dit niet één of twee jaar vol. We moeten perspectief bieden. Die AZC’s moeten leeg. Er moeten woningen gebouwd worden, in oude fabrieken en natuurlijk nieuwe huizen. Dát is de opdracht waar we nu voor staan.”

Op dit moment zitten er 16.000 mensen in AZC’s. Als die morgen een huis krijgen, heb je geen noodopvang meer nodig. Aannemers kunnen tegenwoordig in twee weken al die huizen bouwen. Wat mij betreft komen er zo snel mogelijk 25.000 woningen bij. Dan kun je de asielzoekers opvangen, plus nog een kleine 10.000 woningen extra voor mensen die op de wachtlijsten staan. Dan is het ook voor de burgers te billijken, omdat ze niet gepasseerd worden door nieuwkomers, maar juist dóór die nieuwkomers ook zelf sneller aan de beurt zijn.”

Bij de plaatsing moet volgens de burgemeester wel rekening worden gehouden met de positie van de vluchteling. “Statushouders moeten gemengd en ‘in de wijk’ worden opgevangen. De alleenstaande jonge mensen moeten naar de grote steden. Daar hebben we het betere onderwijs, zodat ze de taal en eventueel een vak kunnen leren. Gezinnen kunnen ook naar het platteland in Friesland. Met dat soort zaken moeten we wel rekening houden.”

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes