De comeback van Kai Reus

Het levensverhaal van Kai Reus toont meer gelijkenissen met mijn eigen verhaal dan me lief is. Met bewondering en fascinatie wisselden we afgelopen maand ervaringen uit, met als conclusie dat het jaar 2015 voor ons beiden het jaar van de comeback moet gaan worden. Beiden groeiden we op in kleine dorpen, verloren we onze moeders doordat ze er zelf voor kozen er een eind aan te maken, en zijn we slecht in staat om over gevoelens te praten.

Het was een koude middag aan het einde van december toen we elkaar voor het eerst troffen in Amsterdam-Zuid. Ondanks dat het wat gearrangeerd was, voelde het direct goed. In de helderblauwe ogen van het voormalige wielertalent zag ik veel van mezelf terug. Gedrevenheid. Geldingsdrang. Verbetenheid. Onrust. Later in het gesprek bleek dit niet onlogisch, onze verhalen lijken, ondanks een andere context, vreselijk veel op elkaar.

In 2004 werd Kai Reus door NOC*NSF verkozen tot sporttalent van het jaar. Zijn carriere leek één groot succes te worden. Precies op het moment dat de renner de stap naar de absolute top leek te maken, kreeg hij twee grote klappen te verduren.

Eerst fysiek, door in de Alpen tijdens een training zo hard onderuit te gaan dat hij zelfs weer moest leren lopen. Vervolgens mentaal, toen zijn moeder zichzelf in het najaar van 2012 in een paniekaanval van het leven beroofde. Een periode van ontreddering en vragen restte voor de nog immer jonge Kai.

De woorden van Kai vallen als een blok in mijn maag. De broodjes en koffie smaken niet half zo lekker meer, terwijl ze toch goed hun best hadden gedaan om het zo smaakvol mogelijk te presenteren. Het lijkt alsof een spiegelbeeld aan het praten is, zoveel details ‘kloppen’ er van het verhaal.

Voor mij geldt namelijk een identiek verhaal, zij het dan op journalistiek gebied. Ik had eind 2012 eindelijk mijn droom verwezenlijkt en kreeg de kans om op een sportredactie te werken. Op de laatste dag van het kalenderjaar vulde ik liefst vier verschillende pagina’s in het sportkatern van de Volkskrant. Koning te rijk.

Tot 9 januari 2013 mijn vader in tranen opbelde, precies twee jaar geleden. Druk als ik was, heb ik hem op de gangen van de Jacob Bontiusplaats drie keer weggedrukt, alvorens ik besefte dat het menens was. Het ging over mijn moeder. Ze is er niet meer, ze was voor de trein gesprongen.

Het lijkt tijdelijk een aantal graden kouder in het sfeervolle café. De stilte die valt, wordt slechts gebroken door het onhandig roeren van suiker door de koffie. De pijn wordt tastbaar, slechts verzacht door de gedeelde ervaring.

In de dorpen waar wij vandaan komen (Kai uit Winkel, Mart uit ’s Heer Arendskerke) is het niet aangeleerd om over gevoelens te praten. We vonden allebei onze eigen route tot verwerking van het rouw. Kai in het wielrennen, ik in het schrijven. We deden verwoede, soms overhaaste, pogingen om alles weer op de rit te krijgen. Conclusie was dat we op het diepste punt allebei geen perspectief meer hadden en zoekende waren.

Afgelopen december, twee jaar nadat we werden geconfronteerd met de harde werkelijkheid, blijkt voor ons beiden het keerpunt. Inmiddels is er voldoende afstand en rust om weer op te krabbelen. Ik verruil mijn ‘tijdelijke’ baantje in december in voor een plek bij Helden, Kai sluit zich in diezelfde maand aan bij de Belgische wielerploeg Veranda-Willems.

Aan het einde van de kantelmaand zie ik een ongekende drive in zijn ogen. Eigenschappen die niet onbekend zijn. Ik zie dat Kai zijn kop leeg heeft. Hij is scherp. 2015, het jaar dat hij dertig wordt, moet het gaan gebeuren. Ik hoop vurig dat het hem gaat lukken om zijn gewilde plek bij een World Tour team af te dwingen. Alles of niets.

Er is op dit moment geen fascinerender verhaal in de Nederlandse sportwereld, dan de comeback van Kai Reus. De heroïsche sport, het persoonlijke verhaal, de omgeving die er klaar voor is. Alles intrigeert. Komende weken, maanden, wellicht zelfs jaren ga ik hem volgen en frequent verslag doen van zijn ontwikkeling en ervaringen.

Hoe mooi zou het zijn als Kai in de nadagen van zijn carrière zijn belofte in kan lossen? In zijn kielzog hoop ik mee te groeien, als schrijver, als journalist, als mens. Samen trekken we ten strijde en gaan we verder waar we indertijd waren gebleven. Het heilige vuur is er, nu de prestaties nog.

De ploegenpresentatie van Verandas Willems
“Dit uitje laten we ons niet afnemen,” roept Frits Barend en even later springt hij bij ons in de auto om koers te zetten naar Gavere, het dorpje waarin de ‘ploegenvoorstelling’, zoals de Belgen het noemen, plaats gaat vinden. Door de anekdotedichtheid van met name Frits Barend en Jaap Stalenburg vliegt de tijd voorbij en naderen we Brasserie De Post.

Zoals altijd in Vlaanderen wordt een ietwat rommelige organisatie afgewisseld met voortreffelijke gastvrijheid en een fantastische gastronomie. De journalisten en de Hollandse wielrenner worden met bubbels en heerlijke hapjes ontvangen door een drietal ‘Vlaamse schonen’. In de L-vormige brasserie valt met name het interieur op, bij binnenkomst staan er grote koninklijke rode fauteuils, omringd door mooi afgewerkte tafels in de hoek geposteerd.

In de uitnodiging stond dat de presentatie om 19:00 zou beginnen, maar zo’n veertig minuten later klinken de eerste noten uit een akoestische gitaar. Ploegarts Servaas Bingé weet vanaf het eerste moment indruk te maken met zijn stemgeluid. “We houden van de helden van de ronde,” sluit hij af, waarna de renners en publiek een massaal applaus ten gehore laten brengen. De avond is begonnen.

De wielrenners, netjes op stoeltjes in een hoek van de kamer, lachen als de masseuse van de ploeg moeite heeft om het – door de gitarist omver getrokken – tafelkleed bukkend weer recht te trekken. Haar ‘derrière’ maakt beduidend meer indruk op de ‘Helden van de ronde’ dan de eerste woorden van teammanager Ivan De Schampelaere.

Als de zaal eenmaal is bijgekomen omdat de ‘Vlaamse schone’ haar missie heeft gestaakt, maakt Ivan indruk door zijn positieve voorkomen. De ‘onderwijzer’ vertelt lachend dat de twee trainingsstages afgelopen maanden “te goed” verlopen zouden zijn. “Ze klitten aan elkaar vast ,” vertelt hij over de sfeer in het team.

Nog geen week geleden zaten de renners van Verandas Willems nog in Spanje om het wielerseizoen voor te bereiden. Reden ook voor de presentator om later op de avond nog eens een knipoog te maken als de renners in tenue ten tonele verschijnen. “Laten we eens kijken hoe de benen gebruind zijn,” roept hij vol enthousiasme in de microfoon.

Kai Reus is tevreden over zijn trainingen in het Zuid-Europese land, vertelt hij vooraf. “De doelstelling was om mijn conditie op peil te krijgen, dat is zeker gelukt. Daarnaast hebben we veel aan teambuilding gedaan en merk ik dat de ploeg goed voelt. Ik ben goed opgevangen en lig goed in de groep. Of ik in vorm ben? Nou, dat zal nog moeten blijken. Pas na zo’n tien tot twintig wedstrijden valt daar iets over te zeggen. In ieder geval was dit mijn beste winter in zeven jaar tijd!”

Eén voor een worden de renners van de ploeg voorgesteld. Wat opvalt is dat ze allemaal bezig lijken te zijn met hun “comeback” of dat 2015 “het jaar van de doorbraak” moet worden. Ook benadrukken veel renners het teamgevoel. “Het is een vrij goede bende,” concludeert Elias van Breussegem.

Aan verschillende tafels, veelal bezet door Vlamingen of Walen, neemt de spanning toe. De ouders van wielrenner Joeri Calleeuw ontkennen het, maar zijn bij het verschijnen van ‘hun’ Joeri toch op wat onrustige signalen te betrappen. Vader Filip schuifelt van zijn linker op zijn rechterbeen, en moeder Sonja tovert als de wiedeweerga een fototoestel te voorschijn om zijn teksten te vereeuwigen. “Joeri is ook helemaal niet zenuwachtig,” vertelt Sonja. “Als die het vliegtuig moet halen, vertrekt hij tien minuten van tevoren.”

Terwijl de voortreffelijke hapjes op grote schalen alle kanten op schieten introduceert de presentator van de avond ‘onze’ Kai Reus. “Wanneer won jij ook al weer de wereldtitel,” vroeg hij. “Tja, dat was in 2003. Ook ik heb meerdere comebacks gehad, maar daar wil ik niet te veel over uitweiden.”

Later krijgt hij de lachers op zijn hand door te stellen dat hij Ivan wil complimenteren dat hij “als onderwijzer” zomaar een hele ploeg op de been krijgt. De renners lijken uit zijn hand te eten. “Het is bijzonder om als enige buitenlander in zo’n mooie ploeg te zitten,” besluit hij.

Toch is de ploegenpresentatie niet echt iets voor de 29-jarige renner. Hij wilde liever uitrusten voor het trainen, maar ziet het nut – zeker voor sponsors – wel in van zo’n avond in Brasserie De Post. Slechts enkele keren is hij tijdens de presentatie te betrappen op een lege blik of een kleine gaap.

Het plezier in de ploeg straalt af op de zaal en ook op de presentator. Met steeds meer enthousiasme interviewt hij de renners en allemaal lijken ze even gemotiveerd en scherp. Als Kai Reus ergens op zijn plek lijkt op dit moment, is het wel bij Verandas Willems.

Ook de voormalig ploeggenoot bij Rabo, Bas Gilling, die inmiddels werkzaam is in de sales, ziet tijdens de voorstelling dat het wel goed zit. “Er lopen goede figuren bij Veranda Willems en het supertalent van Kai Reus verdwijnt nooit. Het gaat niet om het fysieke plaatje, maar om het mentale: waar neemt Kai genoegen mee? Hij moet gewoon lekker meters maken, een te harde lijn loopt in mijn ogen spaak.”

Terwijl de ploegarts zich weer achter de microfoon schaart om met zijn band de avond tot een briljant einde te leiden, houden de renners korte interviews of gaan ze met bezoekers op de foto. De barman en –vrouw werken zich in het zweet om alle pinten op tijd bij de eigenaars te krijgen.

Precies op het moment dat we richting Nederland willen rijden, meldt de immer goedlachse ploegbaas Ivan De Schampelaere zich in ons hoekje. “Ik heb al een titel bedacht voor jullie stuk,” we kijken op. Hij laat een pauze vallen. “Verandas Willems rockt!” roept hij blij, terwijl de band van de ploegarts inderdaad aanstalten maakt om het hardere werk van Anouk te gaan spelen. “We zullen zien!”

Crowdfunding
De voormalig wereldkampioen Kai Reus heeft na flinke tegenslagen zijn hoofd leeg weten te maken. Bij de Vlaamse wielerploeg Verandas Willems timmert hij op amateurbasis hard aan de weg. Om rust te krijgen en zich volledig te kunnen focussen op zijn carrière start hij een crowdfunding campagne in samenwerking met Helden en Wij zijn Sport.

Wielerliefhebbers die onderdeel van de comeback van Kai Reus willen zijn, kunnen op Wij zijn Sport verschillende pakketten kiezen waarmee ze hem willen ondersteunen. Eigenaar Paul Dirkse is trots op de campagne met Kai. “We hebben inmiddels meer dan 40 sporters, waaronder Jeffrey Wammes en Rens Blom, succesvol begeleid in het crowdfunden. Met Kai Reus hebben we weer een prachtige samenwerking. Funders die hem willen ondersteunen nodigen we van harte uit om zich aan te melden.”

Kai Reus is ondertussen hard aan het trainen voor de eerste koersen. Afgelopen weekend was hij met zijn ploeg Verandas Willems in Spanje. “Het was een goed trainingskamp. We hebben de puntjes op de ‘i’ gezet. Er moet veel gebeuren, maar tot nu toe ben ik er zeker klaar voor. Ik heb er alles aan gedaan om zo fit mogelijk aan het seizoen te beginnen. Zaterdag en zondag rijden we de eerste tweedaagse koers in Frankrijk.”

Reus zegt helemaal klaar te zijn voor het komende seizoen. “De eerste klap is een daalder waard, zeggen ze altijd. Ik vind het belangrijk om deze twee dagen goed door te komen. Ik weet nog niet precies wat het niveau gaat zijn bij deze koers. Het is belangrijk dat ik de eerste twee maanden goed doorkom. Ik blijf een beetje voorzichtig, omdat ik al lang geen koers meer gereden heb.”

Schaatsen en Henk Angenent
Schaatsen vormt een onverwachte rode draad in de carrière van wielrenner Kai Reus. Drie, vier jaar was wielrenner Kai Reus toen hij voor het eerst op schaatsen stond. Van jongs af aan heeft schaatsen altijd een groot onderdeel van zijn leven gevormd. Sterker nog, tot zijn zeventiende combineerde hij het wielrennen met marathonschaatsen op erg hoog niveau. Hij moest kiezen. Het werd wielrennen.

Toch heeft Reus het schaatsen nooit echt losgelaten. Op het dieptepunt van zijn carrière, toen een val plotsklaps een voorlopig einde aan zijn wielerambities maakte, pakte hij de draad van het marathonschaatsen weer op. Elfstedentocht winnaar Henk Angenent belde hem op. Reus kon in zijn ploeg zijn conditie op peil houden en werken aan zijn comeback.

Angenent was op de hoogte van de geschiedenis van de jonge renner en wist dat hij een steuntje in de rug nodig had.  Hij herinnert zich het telefoongesprek nog goed. “Ik wilde hem wel helpen en wist dat hij barstte van het talent. Het minste wat ik kon doen was hem aanbieden om gewoon maar wat mee te trainen.”

De schaatstrainer trof een gebroken man. “Zowel sportief als mentaal was Kai Reus helemaal opgebrand toen ik hem opnam in mijn ploeg. Ik wilde hem weer wat liefde voor de sport bij brengen.”

Ze kenden elkaar reeds via een boezemvriend van de vader van Kai Reus. Via die kanalen spraken ze elkaar. Reus is zelfs een keer met zijn vader langsgekomen op de boerderij van Angenent. “Omdat ik in die tijd zelf nog schaatste heb ik hem niet zozeer als junior-schaatser meegemaakt, wel volgde ik hem. Indertijd heb ik hem nog geadviseerd om naar de Raboploeg te gaan, in plaats van naar een Belgische ploeg. Dat leek me beter voor zijn carrière.”

Ondanks de twijfelachtige rentree in het marathonschaatsen van de toen vijfentwintig jarige Reus maakte hij al snel indruk. “De jongens namen hem goed op, en na amper drie maanden op schaatsen verblufte hij alle kenners door een schitterende prestatie op de Weissensee te leveren, de alternatieve Elfstedentocht. Zo’n twintig kilometer voor het einde dacht ik dat hij wel op zou zijn, maar hij bleef maar schaatsen! Ik sliep die periode bij hem op de kamer. Ik heb nog nooit een topsporter ontmoet met zo’n drive.”

Reus pakte zijn wielercarrière in de zomer 2011 weer op en liet het schaatsen voor wat het was. “Hij moest gewoon weer verder met zijn ‘betaalde hobby’,” zegt Angenent. “Schaatsen was zijn échte hobby.” Hij lacht. “Of ik teleurgesteld ben dat hij het schaatsen verruilden voor het wielrennen? Nee, niet echt. Al heb ik met hem afgesproken dat we de Elfstedentocht, mocht hij ooit komen, samen gaan schaatsen.”

De band tussen Angenent en Reus werd almaar sterker. “Hij is de man die mij in 2011 weer deed sporten en genieten,” zegt Kai over zijn tijdelijke coach. “Ik kan lezen en schrijven met Henk.”

Nadat ze afscheid namen op de schaatsbaan bleef Angenent zijn vriend volgen in de wielersport. “Hij was helemaal klaar voor zijn comeback, en precies op het moment dat hij stappen kon gaan maken kreeg hij weer een klap te verwerken met het overlijden van zijn moeder. Het deed me pijn om hem te zien wegglijden. We hadden nog wel contact, maar hij had het er echt heel erg zwaar mee.”

Inmiddels heeft Kai de weg omhoog weer gevonden, dat doet Angenent zichtbaar goed. “Ik ben echt blij voor hem dat hij het naar zijn zin heeft. We hebben nog geregeld contact, en ik moet zeggen dat het weer echt goed met hem gaat. Of ik zijn crowdfundcampagne zelf ook ondersteun? Nee, ik heb hem al wel genoeg ondersteund in de afgelopen jaren. Haha. Ik wens hem heel veel succes op de fiets!”

Rabo-periode en dé val.
Hans Middelveld is een goede vriend van Kai en zijn familie. Samen trainden ze in de Rabo-periode en nog steeds hebben ze veelvuldig contact met elkaar. “Ver voor de val in zijn juniorentijd heb ik hem voor het eerst ontmoet. Rond het WK in Canada. Ik trof een winnaar, een sportieve jongen.”

De persoonlijke band ontstond eigenlijk vrijwel direct. “Wij herkenden in elkaar de nuchterheid van een Noord-Hollander. Geen poppenkast, er werd gewoon gepresteerd. Wij trainden altijd samen, ook op de brommer. In zijn eerste jaar als amateur ging het ook perfect natuurlijk. Kai was hier altijd kind aan huis.”

“In zijn goede tijd, voor zijn val, belde hij op en zei hij: ‘laten we een paar uurtjes maken, achter de brommer’, en gingen we gerust de Afsluitdijk over. En dan werd er gereden hoor. Dat zal ik je vertellen. Ongelooflijk. Toen was hij gewoon goed.”

Niet alleen tijdens trainingen troffen de vrienden elkaar. “Ik heb een overwinning van hem heel dichtbij meegemaakt. Dat was bij de Ronde van Noord-Holland. Die koers ken ik op mijn duim. We gingen het parcours bekijken, toen heb ik hem verteld: ‘als je wat wilt, dan moet je demarreren in de Beemster. Hij kwam als groentje, en uiteindelijk kwam hij solo aan. Ja. Als je Noord-Holland wint, dan ben je gewoon een goede.”

Precies op het punt dat alles goed leek te gaan voor de Rabo-renner, en hij de wielerwereld zou gaan bestormen, kwam er een kink in de kabel. Middelveld wordt emotioneel als hij eraan terugdenkt. “Ik hoorde het nieuws van de val van Kai Reus op Radio Noord-Holland. Ik belde toen zijn vader en moeder op, maar we wisten eigenlijk nog niet precies wat er aan de hand was. Hij was zwaargewond, dat was het enige wat we wisten.”

“Ik ben toen bij zijn ouders thuis geweest, maar ook toen wisten we nog niet hoe erg het was. Daar kwamen we pas later achter. De ouders van Kai zijn toen naar het ziekenhuis gevlogen, en zij hielden ons weer vanaf daar op de hoogte van het ongeluk. Het was natuurlijk een drama.”

In de periode van de val had Middelveld een wielerexpositie, waarbij hij zijn verzamelde spullen tentoon stelde. “Dat vond plaats in het kerkje van mijn dorp. Achterin die kerk zag ik dat er kaarsjes stonden,” enigszins beschaamd gaat hij verder. “Ik ben helemaal niet kerkelijk, maar heb toen wel een kaarsje opgestoken voor Kai. De ouders van Kai zijn toen ook nog langsgekomen.”

Nadat Kai ontslagen was uit het ziekenhuis ontmoette de vrienden elkaar. “Ik zie hem nog uit de schuur komen lopen, aan de armen van zijn moeder. Ik herkende hem bijna niet. Zo mager. Ik vroeg me echt af of het ooit nog goed zou komen. Dit is gewoon gebeurd, dacht ik. Ik word er nog emotioneel van als ik eraan denk,” hij slikt zijn woorden weg. “We zaten naast elkaar, en sloegen de armen om elkaar. Dat was het.”

Middelveld zoekt zijn woorden nauwkeurig, met een brok in zijn keel. “Ik kom gewoon terug. Dat zei hij. Hij was heel optimistisch en leefde in een andere wereld. Hij zei iets over dat hij er bij de Ronde van Lombardijen weer zou staan. Maar dat kon hij natuurlijk vergeten.”

Vervolgens kwam er een lastige periode voor de renner. “Die val is de ommekeer geweest in zijn carriere. Daarna hebben we het wel weer rustig opgebouwd. Heel rustig. Na die val heeft hij nog een briljante etappe gereden in Engeland, maar het was continue pieken en dalen.”

“Het staat er nu goed voor, bij Verandas Willems. Hij heeft echt goed getraind en gaat goed presteren. De drijfveer om weer op niveau te komen is nu, ook door zijn amateurcontract, ongelooflijk groot. Hij heeft een jaar geen competitie gereden, en als je dan de grote koersen uitrijdt, doe je het niet verkeerd. Je moet het rustig op gaan bouwen. Je moet hem rustig de tijd geven en geen druk erop leggen.”

Na het gesprek hangen Reus en Middelveld direct met elkaar aan de lijn. Kai: “Ja Hans, wat hebben wij samen toch wat meegemaakt.”

Verandas Willems geen eindstation voor Reus
De Vlaamse ploegarts van Verandas Willems, Servaas Bingé, is een opmerkelijk verschijning. Naast zijn baan als huisarts, is hij ploegarts bij twee ploegen, heeft hij een multimediabedrijfje en is hij zanger van een coverband.

In de zomer van 2013 kwam Reus voor het eerst in het leven van de Vlaamse huisarts. “Ik ben goed bevriend met Jaap Stalenburg, die heeft vaker contact gehad met Kai Reus. Hij zei tegen mij: ‘Jij kan hem helpen’. We spraken toen direct af in een restaurantje, als wildvreemden.”

Toen de naam van Reus viel begon er wel iets te dagen bij de Vlaamse ploegenarts. “Dat item met ‘potentiële toprenner gevallen’, herinner ik me nog haarscherp. Vlak voor ik hem ontmoette was ik een beetje vergeten dat hij nog bestond.”

Wat de Vlaming opviel is dat de renner heel openhartig was. “Hij liet mij toe. Er werden direct ook gevoelige onderwerpen, zoals het overlijden van zijn moeder besproken.” Ook Jaap Stalenburg was verrast door de houding van Reus: “Normaal gesproken is hij wat afstandelijker, maar ik zag gelijk dat ze een goede klik hadden.”

De huisarts zag dat er iets fout zat in het leven van de renner. Samen togen ze naar een psychiater, waarvan Servaas wist dat hij de renner verder kon helpen. “Kai was heel sterk. Het zelfinzicht was heel groot bij de renner. Zonde dat iemand met zijn talent in beeld kwam bij een psychiater,” blikt Servaas terug. “Hij had een klein zetje nodig. We moesten spreekwoordelijk alleen het dienblad neerzetten, waarvan hij kon eten.”

Kai was niet bang om naar de psychiater te gaan. “Hij vertrouwde mij blind, en zodoende alle stappen die ik voorstelde ook. Eenmaal bij de psychiater was hij heel open. We wilden hem het gevoel geven dat we als team voor hem stonden,” zegt Servaas. “Ik geloofde heel erg in hem. Hij had behoefte aan extern vertrouwen. Kai onderschatte zijn eigen capaciteiten.”

De belangrijkste winst aan het bezoek aan de huisarts en de psychiater was niet zozeer op het fysieke vlak. “Kai moest de juiste keuzes gaan maken. Niet zozeer het harde trainen, maar de kop moest leeg.”

Na enkele succesvolle behandelingen merkte Servaas dat het beter en beter ging met de renner. “Langzaam vielen alle puzzelstukjes in elkaar. Op het gebied van zijn fysiek, maar ook als het ging om zijn mentale gesteldheid.”

“Toen ik hoorde dat Ivan de Schamphelaere een eigen ploeg wilde gaan oprichten (Verandas Willems) heb ik geopperd of het niet een optie was om met Kai Reus in zee te gaan. Ik heb ze toen met elkaar in contact gebracht en is het heel vlot verlopen.”

Servaas was als clubarts ook betrokken bij de trainingskampen van de Vlaamse ploeg. Hij trof daar een populaire jongen. “Hij was echt haantje de voorste. Ik had meer weerstand verwacht in de ploeg. Iets van: ‘hey, wat doe je bij ons clubje’.”

“Reus neemt nu op een positieve manier de ploeg op sleeptouw. Hij is niet de vedette, maar hij heeft wel een leidende positie. Dat komt door zijn grote verantwoordelijkheidsgevoel en sterke persoonlijkheid.”

Hij zucht als hij praat over het voormalig toptalent. “Het is alleen zo ongelooflijk zonde dat hij zoveel jaren verloren heeft. De Kai van nu is een stuk gelukkiger dan de Kai van 2013. Ik zag hem nog dansen met op de ploegenvoorstelling van Verandas Willems, dat had hij toen zeker nooit gedaan. Hij dwingt respect en vertrouwen af in zijn omgeving.”

“Het is op dit moment te vroeg om als kopman of als meesterknecht in de groep te fungeren, in de tweede helft van het seizoen zou dat wellicht wel kunnen.”

De comeback van Reus aanschouwt de ploegarts met veel optimisme, toch waakt hij voor te veel euforie. “Het is geen sprint, maar een marathon. Hij moet niet tegen de klok willen strijden, maar ook niet overhaasten.”

Hij snapt dat Reus voorzichtig is met het uitspreken van zijn ambities. “Natuurlijk is progressie boeken het hoofddoel, maar dat moet je niet zozeer voor de bühne uitspreken. Ik denk dat als hij een mooi schema rijdt, hij een volgende stap kan zetten. Verandas Willems is zeker geen eindstation voor Kai Reus.”

“Bovendien wordt hij waarschijnlijk komende week vader. Hij is daar klaar voor. Je kan nu met een bulldozer over Reus heen rijden, hij zal mentaal altijd blijven staan.”

Dochtertje Haley Raine
De 30-jarige wielrenner van het Vlaamse Verandas Willems klinkt enthousiast als hij begint over het unieke moment dat Haley Raine Reus voor het eerst het levenslicht zag: “Gisteravond om 18:01 heb ik voor het eerst mijn dochtertje mogen zien. Alles is perfect gegaan. Het is heel erg goed verlopen, de bevalling ging perfect en mijn dochtertje is heel erg gezond.”

Ook zijn vriendin maakt het goed. “Gisteravond is ze bevallen, maar nu loopt ze alweer een beetje rond in het huis,” zegt hij enthousiast. Nog enthousiaster is hij over zijn dochtertje: Haley Raine: “Het is echt een wondertje. Ik denk dat elke vader en moeder dat zullen zeggen van hun pas geboren kindje.”

“Haar naam is Haley Raine Reus. Dat is een Scandinavische meisjesnaam en betekent ‘held’. Dat hebben mijn vriendin en ik samen uitgezocht. De tweede naam heeft mijn vriendin bedacht, dat is een Engelse meisjesnaam en betekent ‘koningin’.”

De oude Kai Reus en ‘de kleine’
Na twee trainingskampen en een aantal stabiele ritten heeft de kersverse vader Kai Reus een optimistisch begin gemaakt aan zijn comeback in het wielrennen. Bij de ‘kleine’ Vlaamse ploeg Verandas Willems heeft hij fysiek grote stappen gemaakt en is het een kwestie van tijd voordat hij ook zijn vorm zal gaan terugvinden.

Ploegbaas Ivan de Schamphelaere is optimistisch over de kwaliteiten van ‘zijn’ renner. “We hadden onmiddellijk door dat Kai een hele grote motor had, maar ook dat hij van ver kwam. In de hoogste zones heeft hij nog werk te verrichten.”

Vol goede moed begint de staf van Verandas Willems aan het avontuur met Kai. Een van de eerste dingen die trainer Kristof de Kegel deed, was de renner aan een conditietest onderwerpen. “We hebben in december vastgesteld dat het heel erg veel werk was om hem weer op niveau te krijgen.”

Hij kreeg zelf ook inzage in zijn waardes. “Alle renners kunnen bij elkaar in het systeem kijken, daardoor is het ook inzichtelijk wat hun conditie en hun waarden zijn, dus er wordt ook openlijk over gesproken. Kai heeft toen voor zichzelf een hele goede analyse gemaakt. ‘Ik moet naar dat niveau om verantwoord te kunnen fietsen’.”

Tijdens twee trainingskampen met de ploeg én een individueel trainingskamp met toprenner Dimitri Claeys wist Reus zich snel in de ploeg te positioneren. Ook trainer De Kegel ziet dat: “De renners omringen hem en je zag hem tijdens de trainingskampen echt opbloeien. Hij is een zeer leuke jongen om mee samen te werken en ligt goed in de ploeg.”

De ervaringen van de 30-jarige West-Fries zijn ook van meerwaarde in het groepsproces. De Kegel: “Eén van onze renners, Dries de Bondt, is recent zwaar gevallen, daar wordt dan in de groep ook over gepraat. Kai is daar een belangrijke schakel in, ook omdat hij al veel heeft meegemaakt.”

Ook op de baan is Reus al snel van meerwaarde in de eerste wedstrijden. “Hij heeft nog wat achterstand ten opzichte van onze toppers, maar na een paar wedstrijden zagen we al dat hij in de aanval ging, bijvoorbeeld bij de Ronde van Waasland,” zegt ploegleider Ivan. Kristof vult aan: “Hij heeft mij verbaasd. Met de waarden die hij nu heeft verraste hij best wel in sommige koersen.”

De jonge trainer heeft ook een verklaring voor zijn goede prestaties. “Wij zien dat hij met minder vermogen heel makkelijk koersen uitrijdt. Hij kan heel zuinig om springen met zijn krachten.”

Door het wetenschappelijke programma dat gebruikt wordt in de Vlaamse ploeg, wordt de progressie van de renner goed gemonitord. “Zes weken na de komst van Kai, midden januari, zagen we al wel duidelijke progressie. Zijn waardes waren toen een stuk beter. Dat heeft Kai toen ook heel erg gemotiveerd. Hij vroeg continue naar zijn waarden en of we dat konden doornemen. We blijven tot op de dag van vandaag vooruitgang boeken. Het gaat nu niet echt snel, maar we blijven vooruit gaan.”

Ploegleider De Schamphelaere wil geen haast maken met de comeback van Reus. “Als het gaat om de topconditie moet hij nog wat extra opbouwen. Ik denk dat hij weer op zijn oude niveau kan komen als hij anderhalf jaar door blijft trainen. Als hij dit seizoen stabiel rijdt en dan een goede winter traint zou hij weer terug kunnen komen. Maar verwacht niet dat hij dit jaar al gaat toppen.”

De Kegel is optimistischer. “Vanaf mei kunnen mensen de Kai zien die ze nog kennen van vroeger. Om echt uitspattingen te verwachten heb je inderdaad een jaar nodig, maar we zagen bijvoorbeeld bij een koers als Waasland dat hij ook al wel indruk wist te maken. Dat soort momenten heeft hij echt nodig om indruk te maken. Vooral dat hij mentaal ook weer het winnaarsgevoel heeft. Hij moet weer succes gaan ervaren. Dat is heel belangrijk voor de motivatie.”

Ivan: “Als Kai beslist om volgend jaar te blijven dan zullen wij daar zeker nog in investeren, omdat we zien dat hij beter en beter wordt.” Kristof: “Wij zullen fier zijn als het lukt met Kai, en we zullen het samen dragen als het niet lukt. We helpen hem er op een juiste, stabiele en trage bovenop.”

De ‘kleine’ van Reus maakt de situatie wellicht een beetje anders, maar dat kan volgens de staf twee kanten op slaan. “Natuurlijk zal zijn dochtertje wat aandacht vragen, maar ondanks dat is hij heel erg gefocust, precies een week na de geboorte wil hij alweer een koers rijden,” zegt De Schampelaere. De Kegel: “Ik hoop dat de komst van zijn dochtertje een positieve stimulans gaat zijn voor hem, zowel op als naast de baan.”

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes