Vroege vluchters: Tim Wellens

Tim Wellens. Bij het horen van deze naam spitst menig wielerliefhebber zijn oren, het geluid van de televisie wordt harder gezet en je wilt geen meter van de wedstrijd meer missen . Want als Wellens in beeld komt, gebeurt er iets. Wellens is een synoniem voor koers. Wellens bluft, Wellens valt aan en Wellens maakt de koers.

Net als iedere andere dag was het ook vandaag weer zover. Een handvol renners trekt vanaf het startschot ten aanval, wetende dat men kansloos is. Deze renners rijden zich de hele dag het snot voor de ogen, terwijl men niet meer dan een speelbal is voor het controlerende peloton. De hele dag in de aanval rijden om de machtige sponsor maar tevreden te stellen. Slechts zelden levert het meer dan dat op. Zeker in de eerste week van een grote ronde ben je als vroege vluchter kansloos. Er zijn nog teveel belangen in het peloton. Alle kopmannen zijn nog fit, iedereen wil zich bewijzen en iedereen wil winnen. De koplopers worden in de greep van het peloton gehouden en het zijn de grote kanonnen die strijden om de etappewinst.

Kolobnev, Bisolti en Zhupa. Een Rus, een Italiaan en een Albaniër. Een Albaniër? Ja, een Albaniër! De eerste ooit die een grote ronde rijdt. Vorig jaar maakte de coureur van Southeast zijn debuut in de Giro en ook dit jaar mocht Zhupa aantreden in de belangrijkste wielerwedstrijd van Italië. Drie renners, allemaal met hun eigen verhaal, die er vandaag voor kozen om niet als pelotonvulling te fungeren, wetende dat ze uiteindelijk gegrepen zouden worden door de grote mannen als Nibali en Valverde. Vandaag leek dit scenario echter niet gehaald te gaan worden. Op zeventig kilometer van de finish was de voorsprong, met dank aan beulswerk van Movistar, bijna verdampt. Maar dan: twee renners van Lotto-Soudal springen weg in de bevoorrading. De rode equipe van ‘Gorilla’ André Greipel valt het afgelopen seizoen op door de aanvallende manier van koersen en het geweldige ploegenspel dat men laat zien. Gisteren nog liet men een knap staaltje teamwork zien, wat resulteerde in een overwinning voor de Duitse krachtpatser. Terug naar de koers. Eén van de renners is Pim Ligthart, voormalig Nederlands kampioen. Ligthart rijdt een geweldig seizoen en heeft al meerdere goede resultaten gereden. Maar wie is die andere renner? Nummer 111. Mijn hart slaat een slag over. Tim Wellens. Het is Tim Wellens!

‘Dan val ik liever aan!’

Het gehele voorjaar viel Wellens aan op het moment dat niemand het verwachtte. Op kansloze momenten sprong hij weg uit de groep met kanshebbers in de hoop er met de overwinning vandoor te kunnen gaan. Kilometers lang zagen we hem alleen voorop rijden. Handen op het stuur en de benen laten draaien. Het mocht niet baten. Telkens weer werd de arme Tim bijgehaald. Een hoofd zo rood als zijn shirt en zijn tong tussen zijn wielen en geen resultaat. Zelf sprak hij de volgende woorden: “Als ik wacht en met een groep van dertig man naar de meet ga, weet ik dat ik hoogstens een podiumplek behaal. Dan val ik liever aan. Het is een groot risico, maar dan heb ik tenminste een kans om te winnen.” En ook vandaag ging de 24-jarige Sint-Truidenaar ten aanval op een moment dat niemand het verwachtte. Ik verklaarde hem voor gek. Tim, wat doe je? Maar Wellens ging door en onder aanvoering van zijn ploeggenoot Ligthart liep de voorsprong weer op. Drie minuten, vier minuten, vijf minuten. Het peloton stopte langzaam met jagen. Het leek wel of het uitgeblust was. Niemand reed nog. Op een kleine vijftien kilometer van de finish was daar dan de aanval van Didier. Wellens bleef even zitten, keek wat zijn medevluchter deden. De Albaniër reageerde. Wellens bleef weer zitten. Toen was het genoeg voor Wellens. Hij bedacht zich vast dat hij wilde koersen. Dat hij wilde aanvallen. Dat hij wilde winnen. Met een enorme versnelling knalde hij over Zhupa en Didier heen. Hij dacht er niet eens aan om samen te werken met Didier. Nee, Wellens is het beste als hij solo rijdt. Als hij met zijn handen op zijn stuur kan hangen en zijn tijdrit kan rijden, dromend van de overwinning. Zijn aanvallende koersstijl bezorgde Wellens al tweemaal de eindzege in de Eneco Tour, de GP de Montréal en een etappe in Parijs-Nice. Maar een overwinning van dit formaat ontbrak nog op de erelijst van de Belg.

In het peloton werd er nog gas gegeven en gebeurde er nog van alles, maar Tim Wellens zou niet meer bijgehaald worden. Een klein half uur konden de wielerliefhebbers genieten. Een klein half uur schreeuwde ik Wellens vooruit vanachter mijn televisie. Voor de tweede keer in vijf etappes ging een ‘vluchter’ er met de overwinning vandoor. Uniek. Met twee handen in de lucht kwam hij over de finish. Hij had de finish nog geen meter gepasseerd toen hij van zijn fiets stapte en zijn fiets boven zijn hoofd tilde. Emotie, pure emotie. Tim Wellens wint misschien geen twintig koersen per jaar en maakt misschien niet altijd de beste keuzes. Maar Wellens koerst met zijn hart en is daarom een geweldige aanwinst voor het wielrennen. Tim, blijf aanvallen, met je tong tussen je spaken komen en eindeloos teruggepakt worden. Die mooie overwinningen komen dan vanzelf.

Auteur: Christiaan de Jong

8.00 avg. rating (85% score) - 1 vote