Podiumtalent

Deze artikelen verschijnen tweemaandelijks in het magazine ‘Mens & Gevoelens’
Mens

9,0 Vreemde Kostgangers
(Philharmonie, Haarlem, 17 december)

Drie illustere vrienden uit de vaderlandse muziekwereld hebben de krachten gebundeld. Henny Vrienten belooft voor de pauze plechtig dat er ‘enkele’ hitjes zullen volgen, waarna het trio zich eerst stort op prachtig nieuw eigen werk. Verrassing te over als George Kooymans met schattig Haags-Engels accent in het Nederlands gaat zingen, en Boudewijn de Groot – zij het met afstandelijk autoritaire houding – vrede heeft met tweede of derde stem. De chemie is er in ieder geval tussen de mannen, en vooral Henny en George maken grote indruk als frontman en gitarist. De zaal is verkocht vanaf het eerste moment, en na het eerste hitje schreeuwen, joelen, krijsen en staan de babyboomers, alsof de oude mannen op het podium nog steeds tieneridool zijn. Toch verwordt het – zelfs na een kroegkraker als Annabel – niet tot een goedkoop kroegconcept als Vrienden van Amstel. Simpelweg omdat deze muzikanten daar te goed voor zijn. De belofte om in 2018 als trio terug te keren staat, en ik ben niet bang dat alle krakende Haarlemse botten zich dan weer met eenzelfde jeugdigheid richting theater zullen slepen. Om springend en dansend nog één laatste ode aan hun helden te doen. Of misschien nog één? En nóg een? Ach. Fuck it. Wát een avond! 

 

7,5 Ronald Snijders
(Kleine Komedie, Amsterdam, 8 oktober)

“Ik denk dat het toch beter is als jullie je eigen instrument bespelen”, begint hij zijn programma, waarna de toetsenist en de drummer gehaast van plek verwisselen. Ronald verwart, daagt uit, speelt en probeert. Daarbij koppelt hij verdwaasd absurdisme aan vlagen van welhaast onnavolgbare taalvirtuositeit. Zijn gespeelde dialogen zijn van een uitmuntend niveau, en rekken alle vaststaande kaders op totdat je zelf ook niet meer weet waar het zuiden en het noorden is. Ook in zijn – veelal sterk uitgevoerde – liedjes kan er ieder moment alles gebeuren. Toch raakt hij soms ook zelf verstrikt in zijn eigen draadjes. Waar hij vlak voor de pauze de rode draad letterlijk kwijtraakt, pakt hij hem pas figuurlijk ver na aanvang van het tweede gedeelte op, waardoor het publiek lange tijd in het ietwat verslappende duister tast. Al is dat wellicht ook precies zijn bedoeling. Ontregeling is codewoord. Bij Ronald zou het goed kunnen dat je er langzaam van overtuigd raakt dat de drummer de toetsenist is, en de toetsenist de drummer. Dat maakt het zo boeiend, spannend, en vooral verrassend. Waar het naartoe leidt? Ach, dat boeit ‘geen hol’.

7,5 Fernando Lameirinhas
(Kleine Komedie, Amsterdam, 2 oktober)

Als een kind dat voor het eerst de zee ziet, zo opgetogen begint Fernando Lameirinhas (72) met zijn vier muzikanten iedere keer weer aan een nieuw nummer. De warme klanken veroveren al snel het Amsterdamse publiek, en waar de liedjes soms wat eenduidig dreigen te worden grijpt Fernando in met gebrekkige verliefdmakende Nederlandse teksten of met publiekskoortjes, bestaande uit één of enkele klanken. En mocht zelfs dat geen soelaas bieden heeft hij zijn broer die de rol van sidekick perfect vervuld met excentrieke handelingen op bas of met zijn stem. ‘Jullie ga daar echt heen’, zegt Fernando na een vijftal liedjes over een dorp aan zee in Portugal waar hij enkele maanden heeft gewoond. Normaal gesproken zou je je afvragen: ‘Waarom?’, maar niet bij Fernando. Ik krijg gelijk zin om een reis die kant op te boeken. En als het tegenvalt? Ach. ‘Je moet werken om gelukkig te zijn’, zou Fernando zeggen. In ieder geval heeft hij dat tot grote tevredenheid van het Amsterdamse publiek vanavond gedaan. De tweemalige staande ovatie was meer dan op zijn plek.

9,0 All Tvvins
(Musik & Frieden, Berlijn, 24 september)

Berlijn loopt niet bepaald warm voor het duo uit Ierland, gezien de lege kleine zaal waar All Tvvins spelen (+ 5 miljoen luisteraars op Spotify). Na een weinig indrukwekkend voorprogramma zijn de muzikanten zeker twintig minuten in de weer met kabels en instrumenten. Het oogt wat rommelig, en schuchter. Het belooft weinig goeds. Maar als de mannen hun eerste noot inzetten, gebeurt er iets magisch op het podium. Alsof de bliksem heeft ingeslagen stuiteren de bevlogen alleskunner én gitarist Lar Kaye en de bassist/zanger Conor Adams synchroon over het podium, en blijven dat ook volhouden. Strak, herkenbaar en melodieus verrast het driekoppige ensemble (met drummer) de weinige aanwezigen in de kleine zaal met een gig waar je u tegen zegt. Synthesizer pop, met herkenbare gitaarriffs, lekkere basloopjes en stevige drums, gecombineerd met de zachtmoedige stem van Adams maken vrijwel alle liedjes tot kunststukjes. Toch is het de mannen niet om de show te doen. Conor krijgt iedere song meer zweetplekken op zijn blouse, en na de laatste kreet van ‘Unbelievable’ rennen ze haast het podium af, het publiek in verwarring achterlatend. Arbeiders uit Ierland, maar wel virtuoze.

9,0 Sam en Falko
(Willibrordus Draait Door, Heiloo, 11 september)

In een klein tentje met scoutingbanken en voornamelijk diepgrijs en/of kortpittig publiek staan daar opeens twee lokale duracellbatterijtjes op het podium geprogrammeerd. Springend, dansend, zingend en showend jagen ze eerst het snobistische publiek weg, en spelen vervolgens de tent vol met nieuwe mensen door hun charme, geestdrift, energie, en vooral talent. Als ervaren performers pakken ze de sympathie van het geïnteresseerde publiek, en met speels gemak wisselen ze up-tempo raps af met gevoelige liedjes. Producers en organisatoren hebben afgelopen vier jaar lopen slapen, en ik denk alsnog dat het fenomenale duo Sam en Falko binnen no-time de festival- en hiphopwereld gaat veroveren. Ik adviseer iedereen om er snel bij te zijn, dan kun je altijd achteraf nog zeggen ‘dat je ze vanaf het begin volgt’. Buiten de soms wast slordige leadzang hebben zij één confronterend ding duidelijk gemaakt met hun vele talenten: ‘Ik kan fucking weinig’; Sam en Falko zijn ‘de bom’!

8,5 Golden Earring
(Strand Scheveningen, 9 september)

‘Nee, Den Haag, vanavond heb ik er écht zin in’, zegt Barry Hay cynisch met grote glimlach, waarna hij het Haagse publiek zijn ware ogen toont en zijn zonnebril – bij hoge uitzondering – even afzet. De betovering van de Golden Earring is mysterieus en onaantastbaar. Barry doet geenszins zijn best om het thuispubliek mee te krijgen. Wel ramt hij steevast zuiver, getimed en goed op rap tempo zijn songs door het programma. De echte frontman zit zo’n twee meter achter hem. Er gebeurt niets op het podium zonder de goedkeuring van de ritmische virtuoos Cesar Zuiderwijk. Met de betrokkenheid, dominantie en geestdrift van een onderzeebootkapitein stuwt hij ieder nummer – vaak staand of gooiend met zijn sticks – tot een climax, en pakt uiteraard bij Radar Love verbluffend uit met één van de beste solo’s ooit. Golden Earring is groter dan welk podium Nederland ze ook kan bieden, en ook ik zwicht voor de afstandelijke professionaliteit van de vaderlandse rockopa’s. I don’t resist at all

6,5 De Dijk
(P60, Amstelveen, 1 september)

Wat onwennig staan de mannen van De Dijk weer op het podium, en wat onwennig komt het publiek weer bijeen. Hard geroezemoes overstemt de eerste liedjes. Ook aan de overkant gaat het wat moeizaam; liedjes worden iets te langzaam ingezet, de drummer mist wat tikken, de versterking van bas en gitaar is matig en de zang is slecht te verstaan. Als rots in de branding trekt het blazersduo de muzikanten door de liedjes heen. Strak en luid. Pas halverwege, na de titelsong van Allemansplein, is Huub met zijn ensemble terug aan het strijdfront, bevestigd door een heftige sax-gitaarsolo als slot van het prachtige ‘Onderuit’. Daarna herkent het publiek good-old De Dijk terug, en visa versa. Het luide ‘Dansen, dansen, dansen’ vormt het klassieke hoogtepunt van de avond. Het dieseltje komt erg laat op gang, maar als de motor eenmaal draait ‘golft het goed’.

7,0 Donald Olie
(De Heffer, Amsterdam, 3 april, Amsterdamse Comedy Avond)

Het repertoire van Donald. Tja. Alles wat Hans Teeuwen te grof vond, lijkt gebundeld in het werk van Olie. Hij choqueert zodanig dat er in de loop van de avond tere zieltjes naar de uitgang rennen. De vraag is of er ooit iemand over deze terror-opa heen kan komen. Joden, vrouwen, moslims, familie, zijn vrouw, het publiek. Eigenlijk wordt alles rücksichtslos incestueus gesloopt. ‘Even wat sympathie pakken’, zegt hij veelvuldig na één van zijn keiharde uitsmijters. Bij Donald moet je een zieke geest hebben, bier op hebben of moeilijk melig zijn wil je zijn tirades kunnen waarderen. Gelukkig zijn in mijn geval alle drie die ingrediënten aanwezig, dus heb ik weer heerlijk genoten van de scheldkanonnades van de heftigste komediant die Nederland ooit heeft voortgebracht. Aan te bevelen als leuk gezinsuitje voor je schoonfamilie.

6,5 Marco Penose
(De Heffer, Amsterdam, 3 april, Amsterdamse Comedy Avond)

Op een Amsterdamse avond kan een man met onversneden Amsterdams accent natuurlijk niet ontbreken. Borrelpraatkomedie, waarbij de diepgang, verhaallijn en opbouw afwezig is. Maar dat maakt ook niet zoveel uit. Dit is een ander genre. Marco is een oom, die al moppen tappend een steeds groter wordend kringetje om zich heen verzameld om steeds schunniger en brutaler te kijken hoe ver hij kan gaan. Totdat opa of oma zo melig van het lachen rode wijn over de buurman heen giet en er escalatie volgt. Marco is de perfecte man om als ober aangenomen te worden en dan na een uur ontslagen wordt, omdat hij na twee tafels bezocht te hebben nog altijd geen enkel biertje heeft uitgeserveerd. Marco blijft lullen. En daarom past hij zo op deze avond. Marco. Altijd lekker, altijd goed.

6,5 Johan van Gullik
(De Heffer, Amsterdam, 3 april, Amsterdamse Comedy Avond)

‘Met mijn achternaam eindig ik meestal in een porno-productie’, begint ‘ShowHan, de gulle likker’ zijn optreden op de Amsterdamse avond in de bloedhete kelder van de Heffer. De toon is gezet. Johan is vies, ranzig, seksistisch, direct, grof, oud, lelijk, dik en heeft een prachtig stemmetje. In de provincie zouden ze dat denk ik ‘Amsterdams’ noemen. Dat maakt hem tot een perfecte podiumact op deze Amsterdamse comedy avond. Sterker nog: Eigenlijk verwacht je ook niets anders. Via Johan krijg je een perfect inkijkje in de platte Amsterdamse geest, vol bravoure, humor en lef. Voor Johan geldt dat er lastig een betere act te vinden is voor een sfeer waarin je met je rechterhand een biertje vasthoudt, en met je linkerhand naar borrelnoten graait.

9,0 Martijn Kardol
(Theater Bellevue, Amsterdam, 26 maart, Finalisten Leids Cabaretfestival)

Martijn wilde heel graag een superheld worden. Dat lukte hem niet. Hij werd afgewezen voor de rol van Tony Manero in Saturday Night Fever. Dat is de rode draad die hij gebruikt in zijn show op het Amsterdamse podium. Met zijn karakteristieke nasale stemgeluid rijgt hij rustig zijn sterke teksten aan elkaar. Beeldend beschrijft hij schitterende scenes waarbij hij zijn naïeve en weinig macho voorkomen prachtig neerzet. Hij – de gespeelde underdog – durft meisjes niet aan te spreken en denkt als hij door twee Marokkanen wordt uitgedaagd om te vechten, dat hij voor de Jihad wordt geronseld. Alle verhalen zijn raak en herkenbaar, en zelfs al zou dat niet zo zijn, is zijn voorkomen en uitstraling zo ongelooflijk grappig dat je alsnog volautomatisch stukgaat. Bij zijn eerste avondvullende programma zit ik op de eerste rij. In niets lijkt Martijn op de superheld die hij wilde zijn en dat maakt hem een superheld.

5,5 Marco Lopes
(Theater Bellevue, Amsterdam, 26 maart, Finalisten Leids Cabaretfestival)

Marco kan dansen en Marco heeft lef. Daar bouwt hij – heel slim – zijn show omheen. Terwijl het fundament van zijn show wat karig is en bestaat uit enigszins vermoeiend standaard cabaret. Over onterecht aangewezen worden als Turk terwijl hij Portugees is, relaties, het gezin en zijn kinderwens. Marco zou wél een goede MC zijn. De grappige momenten komen voort uit zijn gewaagde contact met het publiek, waarbij hij niet schroomt om de touwtjes te laten vieren en mee te gaan in het geïmproviseerde verhaal vanuit het publiek. Daarna pakt hij de draad weer op en sukkelen we naar het einde. Gelukkig heeft hij nog een toegift, die enkele hitsige oudere vrouwen uit het publiek verlekkert consumeren. In lichtblauw ondergoed besluit hij met een nogal wilde aerobicsessie. Maar of dit zijn zoektocht naar een moeder voor zijn kinderen zal helpen?

7,5 Joosen en de Jager
(Theater Bellevue, Amsterdam, 26 maart, Finalisten Leids Cabaretfestival)

Het springerige studentikoze duo Joosen en de Jager zet een knap staaltje verfrissend en fysiek cabaret neer. In vlotte sketches worden alle problemen waar zij (de netwerkgeneratie) tegenaan lopen op de hak genomen en geridiculiseerd. De thema’s zijn soms wat voor de hand liggend, met bedrijfsscenes en selfiesticks, maar de uitvoering is daarentegen goed en verrassend. Het is grappig, geëngageerd en actueel. Het enige probleem met dit duo is dat hun overvolle podium te klein is. Letterlijk en figuurlijk. Zoals in de aankondiging al ironisch werd gemeld: ‘Voor deze heren geldt; less is more’. Mocht de finalistentour Hilversum aantikken, zou ik programmamakers adviseren om beide heren eens aan te spreken in de foyer. Een grappige Toren C of een geëngageerde Draadstaal is precies wat er mist op het moment. Zij zouden het kunnen.

6,5 Het Groot Niet Te Vermijden
(Agnietenhof , Tiel, 25 maart, Shave, Rattle and Roll)

Het doek moet nog open gaan, maar de ‘Ow God. Het gaat zo’n avond worden’, heeft dan al geklonken. Met een kermiskeyboard en matige zang begint de show Shave, Rattle and Roll. Het bleek een act. De sterke muzikanten spelen de hele avond met het verwachtingsmanagement van hun publiek. Soms is het – vooral muzikaal – virtuoos, soms uitermate irritant, dan weer saai om vervolgens in enkele secondes te transformeren tot de meest dynamische show ooit te Tiel. Dansjes, sketches, acts, conferences, speeches, liedjes en alles wat daar tussenzit worden in rap tempo afgewisseld. Al vraag ik me af of de performance echt uitmaakt. In wisselende samenstelling bestaat deze formatie 21 jaar, en duidelijk is dat een groot gedeelte van de aanwezigen ze jarenlang volgt. Het diepgrijze publiek (‘Dit liedje is voor wie de oorlog heeft meegemaakt’, zegt één van de frontmannen. ‘En dan bedoel ik de tweede hé!’) smult van iedere kreet, iedere zucht en ieder akkoord. Alsof het een ‘wie van de drie’ tijdens een 25-jarig huwelijk betreft. Alles lijkt ‘te vallen’. Voor hen is dit absurdistische dorpsvermaak een feest der herkenning. De mannen van Het Groot Niet Te Vermijden onderscheiden zich echter van een huwelijksact door de vele bizarre wendingen en vooruit, ook omdat je een beetje van ze gaat houden in de loop van de avond.

7,5 Pieter Derks
(Kleine Komedie, Amsterdam, 15 maart, Zo goed als nieuw)

Waar Bono kiest voor muziek om zijn politieke kleur en wereldbeeld te laten doorschemeren, doet Pieter Derks dat op het toneel met cabaret. IS, het vluchtelingendebat, de macht van informatiebedrijven, privacy, allemaal worden ze aangestipt door een virtuoze Derks. Het publiek smult van de linkse kreten. Toch krijgen ze door het hoge tempo amper tijd om te applaudisseren. Pas op het moment dat Derks voorstelt om de intocht van Sinterklaas en Zwarte Piet te vervangen door de intocht van vluchtelingen, moet hij pauzeren omdat er een aanhoudend applaus klinkt in de Kleine Komedie. Derks is anders dan andere cabaretiers omdat hij heel duidelijk stelling durft te nemen in een angstiger wordende wereld. Daarmee ontpopt hij zich tot de aanvoerder van een nieuwe generatie, waarbij het stemgeluid een krachtig wapen is tegen angst, frustraties en onmacht. Mocht er op termijn niets van onze beschaving resteren dan filmpjes, opgeslagen in een Google-bunker in Groningen, hoop ik dat er wat mp4’s van Derks tussen zitten. Dit is wat bewaard moet blijven.


7,0 Jeroen Zijlstra
(Amsterdam, 6 maart, Gebed zonder band)

Een zestal imposante doeken, waarop schepen of branding te zien zijn, sieren het toneel van de Kleine Komedie bij binnenkomst. Zijlstra, de meester van het kleine lied, doet hiermee de belofte ons mee te nemen op zee. Die belofte komt hij echter niet helemaal na. Zijlstra is wat schuchter vanavond, en heeft minder gunfactor dan normaal. De nummers zijn nog steeds afzonderlijke juweeltjes, maar het publiek wordt dit keer niet getrakteerd op een reis over het IJsselmeer of de Noordzee. Soms leest de frontman zijn teksten voor van zijn katheder, waardoor de oprechte boodschap minder landt dan zou kunnen. Gelukkig staat zijn band – als altijd – als een huis en Nout IngenHousz onderscheidt zich met fenomenaal drum- en percussiewerk als nooit tevoren. Verder is het saxofoonspel weer om te smullen. Goed gevonden nieuwe nummers en de klassiekers ‘Belboei’, ‘Draag me’, ‘Stoet’ en de onvermijdelijke unplugged ‘Durgerdam Slaapt’ maken het optreden zeker de moeite waard. Het waren afzonderlijke reizen van telkens zo’n minuut of vier. Maar zoals elke visser weet duurt het langer. Zijlstra, neem ons volgende keer mee op één van die zes schepen, die hoog boven het podium de prachtige entourage van jouw optreden waren.

9,5 Ernst Jansz
(Haarlem, 4 maart, Gideons droom)

‘Er kunnen stormen zijn, tegenslag en pijn, en angst voor wat er komen zal. Maar er zullen altijd weer ontelbaar mooie dingen zijn’, zingt Ernst Jansz aan het slot van zijn optreden in de halfvolle kleine zaal van het Haarlems Theater. Dat bleek ook vanavond het geval. Werkelijk alles wat er fout kon gaan ging fout. De belichting werkte verkeerd, hij zette twee keer een verkeerd nummer in, begon bij een verkeerd hoofdstuk voor te lezen, werd verstoord door een vrouw met een handicap uit het publiek die op kwetsbare momenten wat riep, de microfoon zong rond en met zijn gitaarsnoer trok hij bijna een tafeltje onderuit. De optelsom lijkt pijnlijk, maar het deed geen afbreuk aan zijn programma. De kwaliteit van de fenomenale sprookjes, liedjes en verhalen stond als een huis. Ernst trekt je mee ‘van Indië naar hier’, de reis die zijn vader ooit ondernam. Het verhaal van hem en zijn vrouw werd in de ‘ballade van Nina Bobo’ met zoveel gevoel vertolkt dat er tot twee maal toe tranen over mijn wangen rolden. Na zijn optreden wil je niets liever dan eeuwig in zijn fantasiewereld vol prachtige verhalen meegezogen worden. De oude Doe Maar-zanger is dienstbaar aan de boodschap, het verhaal en het lied. De hele avond voelde als een dankbaar optreden van je favoriete opa in je woonkamer. Vol verwondering en weemoed. Ernst biedt troost, zonder dat er getroost hoeft te worden. Het is eigenlijk een wonder dat hij ooit de vertolker was van het wat oppervlakkige Doe Maar-materiaal, want Ernst overstijgt dat – ondanks dat hij koorts had – met achteloos gemak.

7,0 Speelman & Speelman
(Zaandam, 27 februari, Lach het weg)

De broertjes Speelman draaien al jaren mee in het circuit. Toch is een echte doorbraak nog niet daar. Inmiddels zijn ze wat ouder en dat weten ze zelf ook, daarom hebben ze met de titel van hun nieuwe voorstelling ‘Lach het weg’ een andere strategie gekozen. Ze benoemen het expliciet, steken er de draak mee en bouwen er hun programma omheen. In het Zaantheater wisselen ze professioneel sketches, conferences, liedjes en grappen af, waarbij ze vooral bij de sketches een ongelooflijk hoog niveau aantikken. De luisterliedjes steevast begeleid door piano of gitaar zijn wat eenduidig, maar mooi. Verder kiezen ze veilige, weinig aanstootgevende thema’s (bijvoorbeeld overmatig sociale media gebruik, ouder worden en relatieproblemen) voor hun programma, maar maken dat ruimschoots goed door absurdistische elementen te verwerken en in hoog tempo van onderwerp, setting en sfeer te veranderen. Ze scoren punten in het Zaanse theater door publiek meermaals te betrekken bij de voorstelling en bij tijd en wijlen zo’n grote grappendichtheid aan te tikken dat je verbaal overvallen wordt door de bizarre opsommingen en grappensalvo’s. Iets voor tienen was het programma plotsklaps klaar en werden bloemen overhandigd, het publiek in twijfel achterlatend. Precies waar de heren goed in zijn. Speelman en Speelman, hopelijk ooit in de grote zaal. Ze zouden het verdienen.

7,0 Niels Geusebroek
(Amsterdam, 26 februari, CD-release Wildfire)

De podiumsetting met een indrukwekkend aantal gitaren, het ‘wildfire’ aan de andere kant van het glas en de familiaire stemming onder de mensen zorgen voor een warme sfeer in het zaaltje van Pllek. Apart, gezien het feit dat die tent is opgebouwd met opgestapelde containers. Geheel overeenkomstig met die sfeer begint Geusebroek met band aan de eerste deuntjes van zijn nieuwe CD. De zaal is doodstil en geniet van ieder akkoord. Singer-songwriter Geusebroek beloofde vooraf meer festivalsound neer te zetten, al lukt dat slechts ten dele. De kleine en warme manier waarop hij zijn liedjes aankondigt ‘Dit liedje gaat over mijn zoontje’ (drie keer) en de dominante (akoestische) gitaar blijven het geheel toch iets kleins geven. De Dotan-achtige titeltrack ‘Wildfire’ met achtergrondkoor is een potentiële hit, verder zijn het melodieuze ‘Stepping Stone’ met gewaagd drumrifje en het basloopje van ‘Widescreen’ om van te smullen. En dan zou je nog haast vergeten dat Sarah Bettens, die inmiddels al duetten met de gehele Nederlandse muziekwereld heeft opgenomen, een meer dan luisterwaardige bijdrage levert aan de prachtige CD. Haar stem lijkt met die van alle vaderlandse zangers te rijmen, zo ook met die van Geusebroek. Het enige jammere aan de avond is dat Giel Beelen routineus de eerste plaat overhandigt ‘Ik ken ze nog uit Haarlem’. Verder hebben we met Geusebroek een prachtige act op de festivals komende zomer, maar vooral in de intieme theaters. Al weet hij dat zelf nog niet.

7,5 Jeroen van Merwijk
(Amsterdam, 12 februari 2016, Als we zo vrij mogen zijn)

Lege zalen, weinig applaus, weglopend publiek, Van Merwijk maakte het allemaal mee. Het beeld van de verslagen cabaretier wordt versterkt doordat hij vanavond naar beneden kijkend aan een bureau zit te tekenen met zijn sluike haar vlak boven zijn pennenstreken. Hij lijkt de ietwat ongeïnteresseerde gast van Jekkers’ monologen. Een man die cynisch is geworden door het cabaretwereldje waarin hij zo graag succesvol wil zijn. Schijn bedriegt. Van Merwijk weet zich gedurende de avond te transformeren tot een ‘kunstenaar met toptalent’. Zijn loopjes naar de katheder worden steevast gevolgd door een scherpe filosofische uiteenzetting. Briljante volzinnen en intelligente taalconstructies knallen op hoog tempo binnen bij het Amsterdamse publiek. Prachtige en vooral ook scherpe liedjes, begeleid op gitaar, doen twijfelen of het publiek wel de juiste afweging heeft gemaakt door hem jarenlang links te laten liggen. Van Merwijk toont in de loop van de avond steeds meer Van Merwijk. Intellectueel, doordacht en scherp.

8,5 Harrie Jekkers
(Amsterdam, 12 februari 2016, Als we zo vrij mogen zijn)

De lichten doven en opeens staat hij daar weer. Na een pauze van 14 jaar geen wedstrijdspanning te bespeuren, sterker nog: vanaf de eerste seconde spat het spelplezier alweer van die eeuwige pretkop van hem af. Het publiek verzucht: Hij is terug. Met gitaar. Met prachtige liedjes, en bij tijd en wijlen een flinke dosis zelfreflectie, trekt hij het publiek mee in zijn leven. Fragmenten van zijn studententijd, toen hij leraar Engels was in Utrecht en – ondanks zijn belofte aan zijn broer dat hij het niet meer zou doen – uit en te na over de familie Jekkers. Zijn credo: ‘Niets doen is het hoogste’ en ‘Liever lui dan moe’ zijn in fragmenten terug te horen. De verstokte fan – zoals ik – herkent een vijftal gerecyclede verhalen. Maar het deert hem en zijn programma niet. Zijn ode aan de ‘bijval’ en zijn ongeremde positivisme zijn tijdsloos. Het publiek mag dromen, voor één avondje. Het contrast tussen de scherpe, snedige en keurige Van Merwijk en de Haagse bon-vivant Jekkers geven zijn positieve eigenschappen nóg meer kleur dan dat hij solo zou hebben. Jekkers is thuiskomen. Het podium lijkt voor hem gemaakt en het Amsterdamse publiek omarmt hem, zo blijkt uit het uitbundige applaus na de eerste en tweede buiging. Jekkers omschreef dat als ‘ouderwets’, en misschien dat hij om die reden tot half twee ’s nachts in de foyer bleef hangen voordat hij ‘pleite ging’. Harrie, vergeet dat niets doen en neem ons nog jaren mee in jouw wereld van ‘Ikke, ikke, ikke’.

7,5 Jasper Smit
(Baarn, 11 februari 2016, Camaretten finalisten)

Koud in de zaal van het, overigens prachtige, Speeldoos theater mocht Jasper het spits afbijten van de drie cabaretiers in Baarn. Door de contradictie tussen uitstraling (baard, kalend, enigszins suf / hippie uitstraling) en zijn sterke beweeglijkheid op het podium (dansjes, springen, bukken, opstaan) vangt hij direct de aandacht van de zaal. Jasper is een echte kleinkunstenaar die zichzelf speels begeleidt op gitaar en piano. Hij pakt alledaagse en ietwat makkelijke thema’s voor zijn liedjes, maar weet ze om te vormen tot een mooie climax van verwondering en verassing aan het einde. Soms ook weet hij de zaal te choqueren, al komt dat wellicht ook door het politiek correcte publiek in Baarn (‘ohhhh’ toen Jasper een toespeling naar ‘de hel’ maakte). Gewaagder zijn Jaspers uitstapjes met publieksinteractie, waarbij hij het publiek tart door opeens lang stil te blijven, of een liedje waarbij hij blijft spelen – tot in de zaal aan toe – totdat hij een knuffel krijgt uit de zaal. Al met al een verrassende, positieve én muzikale cabaretier, die veilige keuzes maakt.

9 Anne Neuteboom
(Baarn, 11 februari 2016, Camaretten finalisten)

Anne doet aan sterk verwachtingsmanagement. Het begin oogt wat onzeker. Een al dan niet bewust mislukt stukje publieksinteractie (‘Hoe vind jij het om Anne te heten?’) is de prelude van het begin aan haar ijzersterke programma. Als de laatste klanken van ‘Anne’ van Herman van Veen na zo’n vijf minuten programma door de zaal sterven pakt zij de zaal op en smijt ze naar alle hoeken van Baarn. Ze maakt ijzersterke kantelingen in het programma, waardoor ze een spiegel voorhoudt aan zichzelf, maar vooral ook aan de zaal. Ze geeft af op mensen die – als klant – klagen om het klagen en zonder idee van menselijke verhoudingen beginnen te schelden op de persoon die aan de andere kant van de balie staat. Zelf ‘werkt’ ze bij de supermarkt op de vleesafdeling en keurt de minachting van haar klanten af. Later betrapt ze zichzelf er op dat ze exact hetzelfde doet als het een ambtenaar van de fietsendienst betreft. De zoektocht van Anne naar Anne in haar programma is raak, confronterend en herkenbaar. Daarbij getuigt het van grote lef dat ze aan het einde minutenlang expliciet danst in ondergoed, alsof ze uit wil schreeuwen dat ze nog niet klaar is met haar publiek. En dat is maar goed ook. Of zoals Herman van Veen zou zeggen: ‘Anne! De wereld is niet mooi, maar jij moet haar een beetje mooier kleuren’.

5 Tom Montfrooy
(Baarn, 11 februari 2016, Camaretten finalisten)

Tom is met zijn ‘begin 40’ de oudste kandidaat van de drie-eenheid die optreedt in Baarn. Met aangenaam Rotterdams accent vertelt hij een persoonlijk verhaal over daten, ouderdom, kinderen en versieren. Hier en daar tovert hij een glimlach om de mond, met name bij het wat oudere publiek, dat zich verregaand herkent in de perikelen van het daten-als-je-ouder-bent. Echt beklijven doet het niet. Halverwege zijn programma vertelt hij – na enkele toespelingen – dat zijn vrouw is overleden aan een hersenbloeding. De uiteenzetting van die gebeurtenis is gedetailleerd, waardoor hij binnenkomt bij zijn publiek. De knuffel die eerder op de avond aan Jasper Smit is gegeven, verdient Tom Montfrooy nog veel meer. Dat is direct ook de conclusie van de avond. Na afloop van zijn show wil je hem troosten en knuffelen. Áls de boodschap is dat de waarheid pijnlijk en hard is – en het publiek daarmee moet worden geconfronteerd op een avond waarbij verder de lach centraal staat – heeft hij een goede spiegel weten voor te houden.