Strandwacht anekdotes

Domburg, het strand waar ik fulltime mensen uit zee redde, en vervaarlijke honden het strand af stuurde omdat het ‘gefahrlich’ was. Ook het dorp waar ik mijn eerste Leffe Tripple dronk bij Marco Beach en mijn hele leven lang terug zal blijven keren. Een greep uit de anekdotes.

We zetten geregeld stukken stand af met rood-wit afzetlint om autoriteitsgevoelige Duitsers (pleonasme) te waarschuwen voor de zeekoekeloeris. Die zat in een kuil midden tussen het afzetlint. Toevallig kon je daar precies net niet naar binnen kijken. Toen een van de Duitsers zich bij ons op de post meldde, vroeg hij ons hoe het beest eruit zag. Na een enigszins geïmproviseerde uitleg met veel armgebaren wist hij voldoende. Een half uur later kwam hij aanrennen en schreeuwde hij dat hij het beest in zee had gezien. We zagen hem en zijn kinderen nooit meer terug op het strand.

Tijdens een verveelde strandwachtdag (90%) wilden George Gramsma en ik wat klussen. De stichting waarvoor we werkten heet SSW en we besloten uit verveling het logo met oranje tape op het dak te pakken. Toen we bijna klaar waren met de tweede letter, en er dus heel groot SS op het dak stond, reed onze toenmalige hoofdstrandwacht Henk voorbij en knikte instemmend. Later beseften we pas waarom.

Een andere hoofdstrandwacht had ook een dagtaak aan het kutten van Duitsers, Brabanders en nieuwe strandwachters. Als je op een rustige dag langs liep gebeurde het geregeld dat hij met een bak mosselen naast hem een kuil aan het graven was in het zand. Als iemand vroeg wat hij deed, beweerde hij muurdroog dat hij mosselplanten aan het kweken was. Aan het einde van de zomer stond het strand vol met Cup-a-Soup bomen en mosselplanten, zo u begrijpt.

Er was ook een Duitser, die zat altijd iedere zomerdag bij een post. Omdat hij ooit ‘badman’ was geweest claimde hij allemaal privileges. Zo kwam hij ongevraagd de post binnenlopen, bemoeide hij zich met de administratie en vroeg hij zo nu en dan koffie. Op een bepaald moment zaten Remco Smits en ik op de post. Remco was toen niet de allerslankste en die Duitser zat precies bij de deuringang. Toen Remco naar buiten liep keek hij naar rechts en proestte hij van het lachen. Na afloop zei hij: “Die Remco…. (hihihihi)…. Erst komt der Bauch, und dan komt er auch” Enigszins gegeneerd konden Remco en ik ook niet anders dan keihard mee lachen. En nog steeds.

De toenmalige hoofdstrandwacht Henk had – laten we zeggen – niet echt een positief beeld van Brabanders. Terecht natuurlijk. Iedere dag kwamen ze met kratten pils en deden ze alles wat God verboden had, totdat wij ze weer uit het water konden halen. Daarnaast kreeg je – ook na afloop – alleen maar middelvingers want ‘ze konden het zelf wel’. Jullie snappen de dynamiek. Op een bepaald moment (altijd zo rond 14:00) was de irritatiegrens van Henk bereikt en precies op dat moment kwam er een Brabander iets te jolig melden dat er een vuilniszak vol zat op de duinen. Henk gaf geen antwoord en draaide rustig een sigaret. Kokend bloed. De Brabander herhaalde zijn verzoek om de vuilniszak te legen en ‘Dat hij ook alleen maar meldde wat er gebeurde.’ Nog steeds reageerde Henk niet, anders dan minachtend omhoog te kijken. Toen de Brabander harder aan het roepen was zei Henk heel rustig. ‘Al valt er een atoombom op de duinen…. Dat is niet ons gebied’, hij versnelde zijn spraak. ‘En nu mijn post uit!’, tierde hij. Tja klantvriendelijk waren we eigenlijk alleen op papier.

Vervolgens de eeuwige woordgrappen:
“Wie op de strandwacht wacht wacht het langst”, of in de portofoon:
“Hebben jullie koffie? Over? Over”
“Wanneer komt de landrover over? over”
“Ik schei ermee uit. Uit”

Ik kan uren doorgaan! Those were the days!

0.00 avg. rating (0% score) - 0 votes